beladen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of beladen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: beladen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: beladend
Past participle - Verleden deelwoord: beladen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbelaad
jijbelaadt
hijbelaadt
wijbeladen
julliebeladen
zijbeladen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb beladen
jijhebt beladen
hijheeft beladen
wijhebben beladen
julliehebben beladen
zijhebben beladen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbelaadde
jijbelaadde
hijbelaadde
wijbelaadden
julliebelaadden
zijbelaadden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad beladen
jijhad beladen
hijhad beladen
wijhadden beladen
julliehadden beladen
zijhadden beladen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal beladen
jijzult beladen
hijzal beladen
wijzullen beladen
julliezullen beladen
zijzullen beladen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal beladen hebben
jijzult beladen hebben
hijzal beladen hebben
wijzullen beladen hebben
julliezullen beladen hebben
zijzullen beladen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou beladen
jijzou beladen
hijzou beladen
wijzouden beladen
julliezouden beladen
zijzouden beladen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou beladen hebben
jijzou beladen hebben
hijzou beladen hebben
wijzouden beladen hebben
julliezouden beladen hebben
zijzouden beladen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbelaad

Verbs conjugated like 'beladen'

aanbraden, afladen, afmalen, beladen, braden, laden, malen, ontladen, vermalen, weven,

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Ik kwam gelijk te voren aan boord, en maakte een vlot, doch door de ondervinding van het eerste geleerd, maakte ik dit niet zoo onhandelbaar, en belaadde het zoo zwaar niet. Thans bragt ik verscheidene allernuttigste dingen voor mij mede; eerstelijk vond ik twee of drie zakken spijkers, een groote boor, een vijfentwintig bijlen, en bovenal, een zoo [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] deze laatste was te zwaar, en kon ik niet over boord hijschen. Behalve dit nam ik al de kleederen mede, die ik vinden kon, en een waarloos voormarszeil, eene hangmat en eenig beddegoed, en hiermede belaadde ik mijn tweede vlot, en bragt alles, tot mijn groot genoegen, behouden aan land. (Robinson Crusoe)
  • [...] kon, en bragt twee kabels en een tros aan wal, met al het ijzerwerk, dat ik bekomen kon, en na de sprietzeilra en de bezaansra gekapt te hebben, en al wat ik kon, om een groot vlot te maken, belaadde ik het met al deze zware goederen en zette af. Maar mijn goed geluk begon mij te verlaten, want dit vlot was zoo onhandelbaar en zoo overladen, dat, nadat ik den kleinen inham binnengevaren was, [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] sabel zonder scheede, en begaf mij zoo spoedig ik kon naar den heuvel, waar ik het eerste spoor van hen gezien had. Zoodra ik daar kwam, waarmede twee uren verliepen (want ik kon zoo met wapenen beladen, niet hard voort ) bespeurde ik, dat er daar nog drie kanoes met wilden geweest waren, en verder op ziende, bemerkte ik, dat zij allen in zee waren gestoken en op het vaste land aanhielden. Dit was [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] reis gereed, nam wat brood, eene groote pot vol zoet water, een kompas om naar te sturen, een flesch rum (want ik had daar nog vrij wat van ) en eene mand vol rozijnen, en aldus met al het noodige beladen, ging ik naar mijne boot, schepte er het water uit, en maakte haar vlot, legde er mijne lading in, en ging meer van huis halen. Mijne tweede lading bestond uit een zak vol rijst, mijn zonnescherm, [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] ik bemerkte, dat zij mij zagen schreeuwde ik zoo luid als ik kon, en gelastte Vrijdag dit ook te doen; en zoo hard als ik loopen kon, hetgeen in het voorbijgaan gezegd, door de wapens waarmede ik beladen was, niet zeer snel ging, begaf ik mij regt naar den armen mensch toe, die gelijk ik zeide, op het strand lag, tusschen de plaats waar zij zaten en de zee. De twee wilden, die hem juist hadden [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch belāden. Equivalent to be- + laden.

Additional Information