betalen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of betalen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: betalen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: betalend
Past participle - Verleden deelwoord: betaald

Cognates

See the 6 cognates of betalen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbetaal
jijbetaalt
hijbetaalt
wijbetalen
julliebetalen
zijbetalen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb betaald
jijhebt betaald
hijheeft betaald
wijhebben betaald
julliehebben betaald
zijhebben betaald

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbetaalde
jijbetaalde
hijbetaalde
wijbetaalden
julliebetaalden
zijbetaalden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad betaald
jijhad betaald
hijhad betaald
wijhadden betaald
julliehadden betaald
zijhadden betaald

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal betalen
jijzult betalen
hijzal betalen
wijzullen betalen
julliezullen betalen
zijzullen betalen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal betaald hebben
jijzult betaald hebben
hijzal betaald hebben
wijzullen betaald hebben
julliezullen betaald hebben
zijzullen betaald hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou betalen
jijzou betalen
hijzou betalen
wijzouden betalen
julliezouden betalen
zijzouden betalen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou betaald hebben
jijzou betaald hebben
hijzou betaald hebben
wijzouden betaald hebben
julliezouden betaald hebben
zijzouden betaald hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbetaal

Translations

  • foot, pay
  • pay, pay
  • pay, to give money in exchange for goods or services
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    afdragen
    afrekenen, dokken, financieren, uitkeren, vereffenen, voldoen
    opleveren
    verdienen
    bekopen
    boeten

    Sample Sentences

    • [...] te bereiken, en besloten dus de boot te laten drijven en zoo veel mogelijk haar naar den wal te roeijen, en onze kapitein beloofde, dat als de boot verbrijzelde, hij die aan hunnen kapitein zou betalen. Aldus kwamen wij deels roeijende, deels drijvende, bij Wintertonness aan wal. (Robinson Crusoe)
    • [...] op middelen zon, om mijn geld, dat ik te Londen had, aan mij overgemaakt te krijgen. Te dien einde verschafte ik mij eene soort van brieven van naturalisatie, kocht zoo veel onbebouwd land als ik betalen kon, en maakte een plan tot eene plantaadje, geëvenredigd naar het kapitaal, dat ik uit Engeland verwachtte. (Robinson Crusoe)
    • [...] hare schaarschheid voortsproot, want ware ik aan de andere zijde van het eiland geweest, dan had ik ze bij honderden kunnen vinden, gelijk naderhand bleek, doch ze dan misschien duur genoeg moeten betalen. (Robinson Crusoe)
    • [...] teruggeven, gelijk ik ook naderhand deed; dat ik zijn bewijs van aandeel in zijn zoons schip volstrekt niet wilde aannemen, daar ik begreep, dat zoo ik geldgebrek had, hij braaf genoeg was om mij te betalen; en zoo dit niet het geval was, maar ik datgene ontving, waarop hij mij hoop gaf, ik nimmer van hem een penning meer wilde aannemen. (Robinson Crusoe)
    • Thans was mijn doel bereikt, en ik spoedig in het bezit van mijn sedert kort ontdekten rijkdom, daar de medegebragte wissels weldra allen betaald werden. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch betalen. Equivalent to be- + talen.

    Verbs referencing "betalen"

    Swedish betala, German, old spelling bezahlen, Afrikaans betaal, English betall, German, Pennsylvania bezaahle.

    Additional Information