Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: betalen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: betalend
Past participle - Verleden deelwoord: betaald
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | betaal |
| jij | betaalt |
| hij | betaalt |
| wij | betalen |
| jullie | betalen |
| zij | betalen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb betaald |
| jij | hebt betaald |
| hij | heeft betaald |
| wij | hebben betaald |
| jullie | hebben betaald |
| zij | hebben betaald |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | betaalde |
| jij | betaalde |
| hij | betaalde |
| wij | betaalden |
| jullie | betaalden |
| zij | betaalden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had betaald |
| jij | had betaald |
| hij | had betaald |
| wij | hadden betaald |
| jullie | hadden betaald |
| zij | hadden betaald |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal betalen |
| jij | zult betalen |
| hij | zal betalen |
| wij | zullen betalen |
| jullie | zullen betalen |
| zij | zullen betalen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal betaald hebben |
| jij | zult betaald hebben |
| hij | zal betaald hebben |
| wij | zullen betaald hebben |
| jullie | zullen betaald hebben |
| zij | zullen betaald hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou betalen |
| jij | zou betalen |
| hij | zou betalen |
| wij | zouden betalen |
| jullie | zouden betalen |
| zij | zouden betalen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou betaald hebben |
| jij | zou betaald hebben |
| hij | zou betaald hebben |
| wij | zouden betaald hebben |
| jullie | zouden betaald hebben |
| zij | zouden betaald hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'betalen'
aanberen,
aanhalen,
aanhelen,
aanhogen,
aanklagen,
aanleren,
aanmarcheren,
aanmeren,
aanrazeren,
aanschemeren,
aansmeren,
aanspelen,
aanspugen,
aantelen,
aanvegen,
aanzagen,
abandonneren,
abdiceren,
abdiqueren,
abduceren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'betalen'
behalen,
bepalen,
afbetalen,
bedaren,
bedelen,
beitelen,
beladen,
bellen,
bestelen,
betasten,
Translations
foot, pay
pay, pay
pay, to give money in exchange for goods or services
Sample Sentences
-
[...] te bereiken, en besloten dus de boot te laten drijven en zoo veel mogelijk haar naar den wal te roeijen, en onze kapitein beloofde, dat als de boot verbrijzelde, hij die aan hunnen kapitein zou betalen. Aldus kwamen wij deels roeijende, deels drijvende, bij Wintertonness aan wal.
(Robinson Crusoe)
-
[...] op middelen zon, om mijn geld, dat ik te Londen had, aan mij overgemaakt te krijgen. Te dien einde verschafte ik mij eene soort van brieven van naturalisatie, kocht zoo veel onbebouwd land als ik betalen kon, en maakte een plan tot eene plantaadje, geëvenredigd naar het kapitaal, dat ik uit Engeland verwachtte.
(Robinson Crusoe)
-
[...] hare schaarschheid voortsproot, want ware ik aan de andere zijde van het eiland geweest, dan had ik ze bij honderden kunnen vinden, gelijk naderhand bleek, doch ze dan misschien duur genoeg moeten betalen.
(Robinson Crusoe)
-
[...] teruggeven, gelijk ik ook naderhand deed; dat ik zijn bewijs van aandeel in zijn zoons schip volstrekt niet wilde aannemen, daar ik begreep, dat zoo ik geldgebrek had, hij braaf genoeg was om mij te betalen; en zoo dit niet het geval was, maar ik datgene ontving, waarop hij mij hoop gaf, ik nimmer van hem een penning meer wilde aannemen.
(Robinson Crusoe)
-
Thans was mijn doel bereikt, en ik spoedig in het bezit van mijn sedert kort ontdekten rijkdom, daar de medegebragte wissels weldra allen betaald werden.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch betalen. Equivalent to be- + talen.
Verbs referencing "betalen"
Swedish
betala, German, old spelling
bezahlen, Afrikaans
betaal, English
betall, German, Pennsylvania
bezaahle.
Additional Information