vervoeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of vervoeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: vervoeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: vervoerend
Past participle - Verleden deelwoord: vervoerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikvervoer
jijvervoert
hijvervoert
wijvervoeren
jullievervoeren
zijvervoeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb vervoerd
jijhebt vervoerd
hijheeft vervoerd
wijhebben vervoerd
julliehebben vervoerd
zijhebben vervoerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikvervoerde
jijvervoerde
hijvervoerde
wijvervoerden
jullievervoerden
zijvervoerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad vervoerd
jijhad vervoerd
hijhad vervoerd
wijhadden vervoerd
julliehadden vervoerd
zijhadden vervoerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal vervoeren
jijzult vervoeren
hijzal vervoeren
wijzullen vervoeren
julliezullen vervoeren
zijzullen vervoeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal vervoerd hebben
jijzult vervoerd hebben
hijzal vervoerd hebben
wijzullen vervoerd hebben
julliezullen vervoerd hebben
zijzullen vervoerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou vervoeren
jijzou vervoeren
hijzou vervoeren
wijzouden vervoeren
julliezouden vervoeren
zijzouden vervoeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou vervoerd hebben
jijzou vervoerd hebben
hijzou vervoerd hebben
wijzouden vervoerd hebben
julliezouden vervoerd hebben
zijzouden vervoerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijvervoer

Translations

  • beguile, charm, delight
  • ravish, transport with joy or delight; delight to ecstasy
  • transport, carry or bear from one place to another
  • transport, move someone to strong emotion
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    brengen
    begeleiden
    meeslepen
    boeien, fascineren
    transporteren
    overbrengen, verplaatsen

    Antonyms

    brengen
    halen, afhalen, ophalen

    Sample Sentences

    • [...] de hand ging, en het duurde bijkans een jaar, alvorens ik mijne kleine schans, of met palissaden bezette woning, voltooid had; het kappen der palen en staken, die zoo zwaar waren als ik ze slechts vervoeren kon, vereischte veel tijd, en nog meer het bewerken en naar huis slepen. Ik bragt somtijds twee dagen door met een dezer palen te kappen en naar huis te brengen, en een derden met dien in den grond [...] (Robinson Crusoe)
    • Van den 26sten tot 30sten werkte ik zeer hard, om al mijn goed naar mijne nieuwe woning te vervoeren, schoon het somtijds zeer hard regende. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From ver- + voeren.

    Additional Information