verdoemen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verdoemen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verdoemen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verdoemend
Past participle - Verleden deelwoord: verdoemd

Cognates

See the 4 cognates of verdoemen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverdoem
jijverdoemt
hijverdoemt
wijverdoemen
jullieverdoemen
zijverdoemen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verdoemd
jijhebt verdoemd
hijheeft verdoemd
wijhebben verdoemd
julliehebben verdoemd
zijhebben verdoemd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverdoemde
jijverdoemde
hijverdoemde
wijverdoemden
jullieverdoemden
zijverdoemden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verdoemd
jijhad verdoemd
hijhad verdoemd
wijhadden verdoemd
julliehadden verdoemd
zijhadden verdoemd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verdoemen
jijzult verdoemen
hijzal verdoemen
wijzullen verdoemen
julliezullen verdoemen
zijzullen verdoemen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verdoemd hebben
jijzult verdoemd hebben
hijzal verdoemd hebben
wijzullen verdoemd hebben
julliezullen verdoemd hebben
zijzullen verdoemd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verdoemen
jijzou verdoemen
hijzou verdoemen
wijzouden verdoemen
julliezouden verdoemen
zijzouden verdoemen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verdoemd hebben
jijzou verdoemd hebben
hijzou verdoemd hebben
wijzouden verdoemd hebben
julliezouden verdoemd hebben
zijzouden verdoemd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverdoem

Translations

  • curse, to place a curse upon
  • damn, theology: to condemn to hell
  • drat, to damn or curse
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch verdoemen, from Old Dutch [Term?], from Proto-Germanic *fradōmijaną, equivalent to doem + ver- -en. See: Proto-Germanic '*fradōmijaną'.

    Verbs referencing "verdoemen"

    English fordeem, Norwegian fordømme.

    Additional Information