fascineren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of fascineren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: fascineren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: fascinerend
Past participle - Verleden deelwoord: gefascineerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikfascineer
jijfascineert
hijfascineert
wijfascineren
julliefascineren
zijfascineren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gefascineerd
jijhebt gefascineerd
hijheeft gefascineerd
wijhebben gefascineerd
julliehebben gefascineerd
zijhebben gefascineerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikfascineerde
jijfascineerde
hijfascineerde
wijfascineerden
julliefascineerden
zijfascineerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gefascineerd
jijhad gefascineerd
hijhad gefascineerd
wijhadden gefascineerd
julliehadden gefascineerd
zijhadden gefascineerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal fascineren
jijzult fascineren
hijzal fascineren
wijzullen fascineren
julliezullen fascineren
zijzullen fascineren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gefascineerd hebben
jijzult gefascineerd hebben
hijzal gefascineerd hebben
wijzullen gefascineerd hebben
julliezullen gefascineerd hebben
zijzullen gefascineerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou fascineren
jijzou fascineren
hijzou fascineren
wijzouden fascineren
julliezouden fascineren
zijzouden fascineren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gefascineerd hebben
jijzou gefascineerd hebben
hijzou gefascineerd hebben
wijzouden gefascineerd hebben
julliezouden gefascineerd hebben
zijzouden gefascineerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijfascineer

Translations

  • captivate, to attract and hold interest and attention of
  • fascinate, to evoke interest or attraction
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    betoveren
    biologeren, boeien

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from Middle French fasciner, from Latin fascinō. See: Latin 'fascinō'.

    Verbs referencing "fascineren"

    Afrikaans fassineer.

    Additional Information