verroeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verroeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verroeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verroerend
Past participle - Verleden deelwoord: verroerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverroer
jijverroert
hijverroert
wijverroeren
jullieverroeren
zijverroeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verroerd
jijhebt verroerd
hijheeft verroerd
wijhebben verroerd
julliehebben verroerd
zijhebben verroerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverroerde
jijverroerde
hijverroerde
wijverroerden
jullieverroerden
zijverroerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verroerd
jijhad verroerd
hijhad verroerd
wijhadden verroerd
julliehadden verroerd
zijhadden verroerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verroeren
jijzult verroeren
hijzal verroeren
wijzullen verroeren
julliezullen verroeren
zijzullen verroeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verroerd hebben
jijzult verroerd hebben
hijzal verroerd hebben
wijzullen verroerd hebben
julliezullen verroerd hebben
zijzullen verroerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verroeren
jijzou verroeren
hijzou verroeren
wijzouden verroeren
julliezouden verroeren
zijzouden verroeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verroerd hebben
jijzou verroerd hebben
hijzou verroerd hebben
wijzouden verroerd hebben
julliezouden verroerd hebben
zijzouden verroerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverroer

Translations

  • move, to cause to change place or posture; to set in motion
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    ver- + roeren 'to move'

    Additional Information