ontaarden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontaarden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontaarden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontaardend
Past participle - Verleden deelwoord: ontaard

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontaard
jijontaardt
hijontaardt
wijontaarden
jullieontaarden
zijontaarden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontaard
jijhebt ontaard
hijheeft ontaard
wijhebben ontaard
julliehebben ontaard
zijhebben ontaard

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontaardde
jijontaardde
hijontaardde
wijontaardden
jullieontaardden
zijontaardden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontaard
jijhad ontaard
hijhad ontaard
wijhadden ontaard
julliehadden ontaard
zijhadden ontaard

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontaarden
jijzult ontaarden
hijzal ontaarden
wijzullen ontaarden
julliezullen ontaarden
zijzullen ontaarden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontaard hebben
jijzult ontaard hebben
hijzal ontaard hebben
wijzullen ontaard hebben
julliezullen ontaard hebben
zijzullen ontaard hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontaarden
jijzou ontaarden
hijzou ontaarden
wijzouden ontaarden
julliezouden ontaarden
zijzouden ontaarden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontaard hebben
jijzou ontaard hebben
hijzou ontaard hebben
wijzouden ontaard hebben
julliezouden ontaard hebben
zijzouden ontaard hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontaard

Translations

  • debauch, (transitive) to morally corrupt someone; to seduce
  • degenerate, to lose good or desirable qualities
  • degenerate, to cause to lose good or desirable qualities
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    degenereren
    verworden

    Sample Sentences

    • Het feest is ontaard in een braspartij. (The party has degenerated into an orgy of eating and drinking.)

    Etymology

    1. From ont- + aarden.
    2. Compare German entarten. See: German, old spelling 'entarten'.

    Verbs referencing "ontaarden"

    German, old spelling entarten.

    Additional Information