bevestigen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bevestigen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bevestigen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bevestigend
Past participle - Verleden deelwoord: bevestigd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbevestig
jijbevestigt
hijbevestigt
wijbevestigen
julliebevestigen
zijbevestigen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bevestigd
jijhebt bevestigd
hijheeft bevestigd
wijhebben bevestigd
julliehebben bevestigd
zijhebben bevestigd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbevestigde
jijbevestigde
hijbevestigde
wijbevestigden
julliebevestigden
zijbevestigden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bevestigd
jijhad bevestigd
hijhad bevestigd
wijhadden bevestigd
julliehadden bevestigd
zijhadden bevestigd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bevestigen
jijzult bevestigen
hijzal bevestigen
wijzullen bevestigen
julliezullen bevestigen
zijzullen bevestigen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bevestigd hebben
jijzult bevestigd hebben
hijzal bevestigd hebben
wijzullen bevestigd hebben
julliezullen bevestigd hebben
zijzullen bevestigd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bevestigen
jijzou bevestigen
hijzou bevestigen
wijzouden bevestigen
julliezouden bevestigen
zijzouden bevestigen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bevestigd hebben
jijzou bevestigd hebben
hijzou bevestigd hebben
wijzouden bevestigd hebben
julliezouden bevestigd hebben
zijzouden bevestigd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbevestig

Translations

  • append, to hang or attach to, as by a string
  • assert, To affirm
  • bend, to tie a line
  • confirm, to assure
  • dog, to fasten a [[hatch]] securely
  • endorse, support
  • establish, To prove and cause to be accepted as true; to establish a fact; to demonstrate
  • mount, to attach an object to a support
  • prop, support
  • support, support
  • uphold, to support by approval or encouragement
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aanbrengen
    vasthechten, vastmaken
    bekrachtigen
    confirmeren, instemmen

    Sample Sentences

    • Bij dit laatste deel van zijne rede, die inderdaad door de uitkomst volkomen bevestigd werd, schoon mijn vader dit zelf niet vermoeden kon, zag ik dat de tranen hem over het gelaat stroomden, vooral toen hij van mijn gesneuvelden broeder sprak; en toen hij van mijn berouw in later [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] naar het schijnt een of ander klooster geschonken was, jaarlijks meer dan tweehonderd moidores bedroeg. Dat er geen twijfel aan de teruggave bestond, daar mijn compagnon nog leefde om mijn regt te bevestigen, en mijn naam ook op de lands registers ingeschreven was. Ook zeide hij mij, dat de opvolgers van mijne twee gevolmagtigden brave eerlijke lieden en zeer gegoed waren, en hij geloofde, dat zij mij [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch bevestigen, replacing older bevesten. By surface analysis, be- + vestigen.

    Additional Information