Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: verzetten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verzettend
Past participle - Verleden deelwoord: verzet
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | verzet |
| jij | verzet |
| hij | verzet |
| wij | verzetten |
| jullie | verzetten |
| zij | verzetten |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb verzet |
| jij | hebt verzet |
| hij | heeft verzet |
| wij | hebben verzet |
| jullie | hebben verzet |
| zij | hebben verzet |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | verzette |
| jij | verzette |
| hij | verzette |
| wij | verzetten |
| jullie | verzetten |
| zij | verzetten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had verzet |
| jij | had verzet |
| hij | had verzet |
| wij | hadden verzet |
| jullie | hadden verzet |
| zij | hadden verzet |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal verzetten |
| jij | zult verzetten |
| hij | zal verzetten |
| wij | zullen verzetten |
| jullie | zullen verzetten |
| zij | zullen verzetten |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal verzet hebben |
| jij | zult verzet hebben |
| hij | zal verzet hebben |
| wij | zullen verzet hebben |
| jullie | zullen verzet hebben |
| zij | zullen verzet hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou verzetten |
| jij | zou verzetten |
| hij | zou verzetten |
| wij | zouden verzetten |
| jullie | zouden verzetten |
| zij | zouden verzetten |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou verzet hebben |
| jij | zou verzet hebben |
| hij | zou verzet hebben |
| wij | zouden verzet hebben |
| jullie | zouden verzet hebben |
| zij | zouden verzet hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'verzetten'
aaneenkitten,
aaneenzetten,
aanvatten,
aanvetten,
aanvletten,
aanwitten,
aanzetten,
achterafzetten,
afbetten,
afkatten,
afplatten,
afspitten,
afvatten,
afvetten,
afzetten,
bedotten,
beletten,
benutten,
besmetten,
bespatten, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'verzetten'
overzetten,
bezetten,
vergeten,
verzenden,
voorzetten,
aanzetten,
afzetten,
beletten,
besmetten,
bezitten,
Translations
move, to transfer from one space or position to another
Sample Sentences
-
[...] te verbreken, maar altijd halsstarrig het oor sluitende voor elk voorstel, om mij op het een of ander toe te leggen. Dikwijls stelde ik mijnen ouders voor, dat zij verkeerd deden met zich zoo te verzetten tegen mijne besliste neiging. Eindelijk was ik eens te Hull, waar ik toevallig, en zonder oogmerk om weg te loopen, was heengegaan; en vond daar een mijner schoolmakkers, die over zee naar Londen [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] mijne gewone wijze van denken, en vergat al de geloften, die ik gedurende mijn angst had afgelegd. Er waren echter nog oogenblikken, waarin de rede hare heerschappij trachtte te hernemen, maar ik verzette mij daartegen als tegen eene zwakheid, en terwijl ik mij aan den sterken drank en het gezelschap mijner makkers overgaf, geraakte ik weldra van deze vlagen, gelijk ik ze noemde, ontslagen. Na [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] anderen staat in de wereld ooit zou geweest zijn; en deze gedachte deed mij op het punt staan van God te danken, dat Hij mij op dit eiland gevoerd had. Er was echter iets in mij, dat zich hiertegen verzette, en mij de woorden belette uit te spreken. Hoe kunt gij zulk een huichelaar zijn, zeide ik tot mij zelven, dat gij God dankt voor een toestand, waarmede gij wel moogt trachten tevreden te zijn, maar [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From ver- + zetten.
Verbs referencing "verzetten"
German, old spelling
versetzen, English
forset.
Additional Information