ontginnen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontginnen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontginnen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontginnend
Past participle - Verleden deelwoord: ontgonnen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontgin
jijontgint
hijontgint
wijontginnen
jullieontginnen
zijontginnen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontgonnen
jijhebt ontgonnen
hijheeft ontgonnen
wijhebben ontgonnen
julliehebben ontgonnen
zijhebben ontgonnen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontgon
jijontgon
hijontgon
wijontgonnen
jullieontgonnen
zijontgonnen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontgonnen
jijhad ontgonnen
hijhad ontgonnen
wijhadden ontgonnen
julliehadden ontgonnen
zijhadden ontgonnen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontginnen
jijzult ontginnen
hijzal ontginnen
wijzullen ontginnen
julliezullen ontginnen
zijzullen ontginnen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontgonnen hebben
jijzult ontgonnen hebben
hijzal ontgonnen hebben
wijzullen ontgonnen hebben
julliezullen ontgonnen hebben
zijzullen ontgonnen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontginnen
jijzou ontginnen
hijzou ontginnen
wijzouden ontginnen
julliezouden ontginnen
zijzouden ontginnen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontgonnen hebben
jijzou ontgonnen hebben
hijzou ontgonnen hebben
wijzouden ontgonnen hebben
julliezouden ontgonnen hebben
zijzouden ontgonnen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontgin

Translations

  • mine, to remove ore from the ground
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] zijn over zijne getrouwheid. Dus gingen wij alle vier aan het spitten, zoo goed als dit met onze houten spaden ging, en ongeveer na eene maand, wanneer het zaaitijd was, hadden wij zooveel land ontgind, dat wij tweeëntwintig schepels graan en zestien potten rijst zaaiden, hetwelk al het zaaikoren was, dat wij missen konden, zelfs hielden wij naauwelijks genoeg graan over voor ons eigen voedsel, [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch ontginnen, derived with prefix ont- from Proto-Germanic *ginnaną, which is not attested in unprefixed form in any Germanic language (compare beginnen and Old Dutch aginnan). Cognate to Old English onginnan and Old Saxon andginnan. See: Proto-Germanic '*ginnaną', Old English 'onginnan', Old Saxon 'andginnan'.

    Verbs referencing "ontginnen"

    Old English onginnan, Old Saxon andginnan.

    Additional Information