betrekken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of betrekken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: betrekken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: betrekkend
Past participle - Verleden deelwoord: betrokken

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbetrek
jijbetrekt
hijbetrekt
wijbetrekken
julliebetrekken
zijbetrekken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb betrokken
jijhebt betrokken
hijheeft betrokken
wijhebben betrokken
julliehebben betrokken
zijhebben betrokken

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbetrok
jijbetrok
hijbetrok
wijbetrokken
julliebetrokken
zijbetrokken

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad betrokken
jijhad betrokken
hijhad betrokken
wijhadden betrokken
julliehadden betrokken
zijhadden betrokken

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal betrekken
jijzult betrekken
hijzal betrekken
wijzullen betrekken
julliezullen betrekken
zijzullen betrekken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal betrokken hebben
jijzult betrokken hebben
hijzal betrokken hebben
wijzullen betrokken hebben
julliezullen betrokken hebben
zijzullen betrokken hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou betrekken
jijzou betrekken
hijzou betrekken
wijzouden betrekken
julliezouden betrekken
zijzouden betrekken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou betrokken hebben
jijzou betrokken hebben
hijzou betrokken hebben
wijzouden betrokken hebben
julliezouden betrokken hebben
zijzouden betrokken hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbetrek

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

halen
trekken

Antonyms

halen
brengen, aangeven, aanreiken

Sample Sentences

  • [...] waardig is gered te worden. " Bij nadere overweging nam ik het echter mede, en wikkelde alles in een stuk zeildoek, en begon te denken om nog een vlot te maken. Toen ik echter hiermede bezig was, betrok de lucht en de wind begon op te steken, en in een kwartier blies het eene stijve koelte van het land. Thans begreep ik, dat het vruchteloos was een vlot te maken, met den wind van het land af, en [...] (Robinson Crusoe)
  • Terwijl ik aldus zat, betrok de lucht alsof het zou gaan regenen, en in minder dan een half uur blies er een allergeweldigste orkaan. De zee was plotseling met schuim bedekt, de golven sloegen over het strand, de boomen werden [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] had ik eene legerstede van dierenhuiden gemaakt, met eene deken en een jas, beide uit het schip gered. Als ik gelegenheid had mij van mijne woning te verwijderen, dan ging ik mijne buitenplaats betrekken. (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch betrecken. Equivalent to be- + trekken.

Verbs referencing "betrekken"

German, old spelling beziehen.

Additional Information