betreden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of betreden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: betreden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: betredend
Past participle - Verleden deelwoord: betreed

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbetreed
jijbetreedt
hijbetreedt
wijbetreden
julliebetreden
zijbetreden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb betreed
jijhebt betreed
hijheeft betreed
wijhebben betreed
julliehebben betreed
zijhebben betreed

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbetreedde
jijbetreedde
hijbetreedde
wijbetreedden
julliebetreedden
zijbetreedden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad betreed
jijhad betreed
hijhad betreed
wijhadden betreed
julliehadden betreed
zijhadden betreed

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal betreden
jijzult betreden
hijzal betreden
wijzullen betreden
julliezullen betreden
zijzullen betreden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal betreed hebben
jijzult betreed hebben
hijzal betreed hebben
wijzullen betreed hebben
julliezullen betreed hebben
zijzullen betreed hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou betreden
jijzou betreden
hijzou betreden
wijzouden betreden
julliezouden betreden
zijzouden betreden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou betreed hebben
jijzou betreed hebben
hijzou betreed hebben
wijzouden betreed hebben
julliezouden betreed hebben
zijzouden betreed hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbetreed

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

begaan
bewandelen
belopen
begaan, bewandelen

Sample Sentences

  • [...] van angst deed ik menigmaal de gelofte, dat als het God behaagde mij op deze reis te sparen, ik, zoodra ik voet aan wal zette, dadelijk naar mijn vaders huis gaan en nimmer weder een schip betreden zou, maar mij naar zijn raad gedragen en mij nimmer weder in zulk gevaar begeven. Thans zag ik duidelijk hoe waar mijn vader gesproken had over den middelstand, hoe gerust hij zijne dagen gesleten [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] eene geheime magt ons aandrijft ons in ons verderf te storten, al is het dat het bloot voor ons ligt en wij er met open oogen ons in begeven. Zeker kon niets dan eene allerkrachtigste magt mij op de betredene baan voortdrijven, in weerwil van de grondigste bewijzen, de blijkbaarste redenen daartegen, en de onloochenbare waarschuwingen, die ik bij mijne eerste onderneming had ondervonden. (Robinson Crusoe)
  • [...] dan tien maanden op dit ongelukkig eiland geweest; alle vooruitzigt op bevrijding uit mijn toestand scheen geheel verdwenen; en ik geloofde vast, dat nimmer dit land vroeger door eens menschen voet betreden was geworden. Mijne woning was thans geheel naar mijn zin in orde, en ik verlangde zeer het eiland geheel en al te doorzoeken, en te zien wat het opleverde, buiten hetgeen ik reeds kende. (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch betreden. Equivalent to be- + treden.

Verbs referencing "betreden"

English betread, Swedish beträda.

Additional Information