laken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of laken

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: laken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: lakend
Past participle - Verleden deelwoord: gelaakt

Cognates

See the 2 cognates of laken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iklaak
jijlaakt
hijlaakt
wijlaken
jullielaken
zijlaken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gelaakt
jijhebt gelaakt
hijheeft gelaakt
wijhebben gelaakt
julliehebben gelaakt
zijhebben gelaakt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iklaakte
jijlaakte
hijlaakte
wijlaakten
jullielaakten
zijlaakten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gelaakt
jijhad gelaakt
hijhad gelaakt
wijhadden gelaakt
julliehadden gelaakt
zijhadden gelaakt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal laken
jijzult laken
hijzal laken
wijzullen laken
julliezullen laken
zijzullen laken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gelaakt hebben
jijzult gelaakt hebben
hijzal gelaakt hebben
wijzullen gelaakt hebben
julliezullen gelaakt hebben
zijzullen gelaakt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou laken
jijzou laken
hijzou laken
wijzouden laken
julliezouden laken
zijzouden laken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gelaakt hebben
jijzou gelaakt hebben
hijzou gelaakt hebben
wijzouden gelaakt hebben
julliezouden gelaakt hebben
zijzouden gelaakt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijlaak

Verbs similar to 'laken'

kaken, laden, lakken, laten, laven, maken, raken, waken, aaien, baden,

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

afkeuren
goedkeuren, accepteren, bekrachtigen, toelaten
berispen
blameren, gispen

Sample Sentences

  • [...] zeggen van Amerika. Toen wij aldus ons koorn te huis gehaald hadden, gingen wij aan het vlechten van groote manden om het in te bewaren, waarin de Spanjaard vooral zeer handig was, die mij dikwijls laakte, dat ik hiervan geene verdedigingsmiddelen maakte, maar ik zag er de noodzakelijkheid niet van in. (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch lāken. Equivalent to lak + -en.

Verbs referencing "laken"

English lack.

Additional Information