kijven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kijven

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kijven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kijvend
Past participle - Verleden deelwoord: gekeven

Cognates

See the 2 cognates of kijven

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkijf
jijkijft
hijkijft
wijkijven
julliekijven
zijkijven

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekeven
jijhebt gekeven
hijheeft gekeven
wijhebben gekeven
julliehebben gekeven
zijhebben gekeven

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkeef
jijkeef
hijkeef
wijkeven
julliekeven
zijkeven

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekeven
jijhad gekeven
hijhad gekeven
wijhadden gekeven
julliehadden gekeven
zijhadden gekeven

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kijven
jijzult kijven
hijzal kijven
wijzullen kijven
julliezullen kijven
zijzullen kijven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekeven hebben
jijzult gekeven hebben
hijzal gekeven hebben
wijzullen gekeven hebben
julliezullen gekeven hebben
zijzullen gekeven hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kijven
jijzou kijven
hijzou kijven
wijzouden kijven
julliezouden kijven
zijzouden kijven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekeven hebben
jijzou gekeven hebben
hijzou gekeven hebben
wijzouden gekeven hebben
julliezouden gekeven hebben
zijzouden gekeven hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkijf

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

bekvechten
kiften, schelden, tekeergaan

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch kiven, from Old Dutch *kīvan, from Proto-West Germanic *kīban, from Proto-Germanic *kībaną. See: Proto-Germanic '*kībaną'.

Verbs referencing "kijven"

Danish kives, German, old spelling keifen.

Additional Information