klagen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of klagen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: klagen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: klagend
Past participle - Verleden deelwoord: geklaagd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikklaag
jijklaagt
hijklaagt
wijklagen
jullieklagen
zijklagen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geklaagd
jijhebt geklaagd
hijheeft geklaagd
wijhebben geklaagd
julliehebben geklaagd
zijhebben geklaagd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikklaagde
jijklaagde
hijklaagde
wijklaagden
jullieklaagden
zijklaagden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geklaagd
jijhad geklaagd
hijhad geklaagd
wijhadden geklaagd
julliehadden geklaagd
zijhadden geklaagd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal klagen
jijzult klagen
hijzal klagen
wijzullen klagen
julliezullen klagen
zijzullen klagen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geklaagd hebben
jijzult geklaagd hebben
hijzal geklaagd hebben
wijzullen geklaagd hebben
julliezullen geklaagd hebben
zijzullen geklaagd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou klagen
jijzou klagen
hijzou klagen
wijzouden klagen
julliezouden klagen
zijzouden klagen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geklaagd hebben
jijzou geklaagd hebben
hijzou geklaagd hebben
wijzouden geklaagd hebben
julliezouden geklaagd hebben
zijzouden geklaagd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijklaag

Translations

  • complain, to complain
  • complain, to express feelings of pain, dissatisfaction, or resentment
  • complain, to make a formal accusation or bring a formal charge
  • moan, to complain
  • rail, to complain
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    jammeren
    lamenteren, urmen, weeklagen, zaniken

    Sample Sentences

    • [...] het onheil zelf. Het ergste was, dat ik thans niet geschraagd werd door die vrome berusting in Gods wil, die ik gehoopt had altijd te zullen behouden. Mij dacht ik was even als Saul, die niet alleen klaagde, dat de Filistijnen hem bedrogen, maar ook dat God hem verlaten had; want ik koos niet den waren weg tot gerustheid, door God in mijne bedruktheid aan te roepen, en gelijk vroeger, mijne verdediging [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] doen geboren worden, waardoor ik van zulke afschuwelijke wezens onderscheiden was, en dat, ofschoon ik mijn tegenwoordigen toestand zeer ongelukkig had geacht, ik meer reden tot dankbaarheid dan tot klagen had, en bovenal, dat ik vertroost was door de kennisse Gods en de hoop op zijne genade, een geluk, dat verre weg opwoog tegen al de ellende, die ik ondergaan had of nog kon ondergaan. (Robinson Crusoe)
    • [...] was, kwamen zij weder bij hunne boot, en lang voor zij bij ons waren, hoorden wij de voorsten de achtersten van hen toeroepen: toch spoed te maken, en wij hoorden de laatsten antwoorden, en klagen hoe zij lam van vermoeijenis waren en niet harder voort konden, hetgeen voor ons eene aangename tijding was. (Robinson Crusoe)
    • [...] boord. Wij maakten ons zeilree, maar bleven dien nacht voor anker liggen. Den volgenden morgen vroeg kwamen twee man van de vijf aan boord zwemmen, en terwijl zij allerbitterst over de andere drie klaagden, smeekten zij dat men hen, om Gods wil, aan boord zou nemen, want dat zij vermoord zouden worden; en of de kapitein hen aan bood wilde laten komen, al liet hij hen ook dadelijk ophangen. De kapitein [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] dubbele rollen tabak, die verloren waren gegaan, toen hij ongeveer elf jaren na mijn vertrek, te Lissabon, met verlies van zijn schip, was gekomen. De oude man begon over zijne ongelukken te klagen, hoe hij verpligt was geweest mijn geld te besteden om zijn verlies te herstellen, en een aandeel in een nieuw schip te koopen. " Doch, mijn oude vriend, " zeide hij, " gij zult voor ' s hands wat [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch clagen, from Old Dutch clagon, from Proto-West Germanic *klagōn (“to lament, complain”). See: Middle Dutch 'clagen', Old Dutch 'clagon'.

    Verbs referencing "klagen"

    Sranan kragi.

    Additional Information