lijnen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of lijnen

The word "lijnen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: lijnen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: lijnend
Past participle - Verleden deelwoord: gelijnd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iklijn
jijlijnt
hijlijnt
wijlijnen
jullielijnen
zijlijnen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gelijnd
jijhebt gelijnd
hijheeft gelijnd
wijhebben gelijnd
julliehebben gelijnd
zijhebben gelijnd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iklijnde
jijlijnde
hijlijnde
wijlijnden
jullielijnden
zijlijnden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gelijnd
jijhad gelijnd
hijhad gelijnd
wijhadden gelijnd
julliehadden gelijnd
zijhadden gelijnd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal lijnen
jijzult lijnen
hijzal lijnen
wijzullen lijnen
julliezullen lijnen
zijzullen lijnen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gelijnd hebben
jijzult gelijnd hebben
hijzal gelijnd hebben
wijzullen gelijnd hebben
julliezullen gelijnd hebben
zijzullen gelijnd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou lijnen
jijzou lijnen
hijzou lijnen
wijzouden lijnen
julliezouden lijnen
zijzouden lijnen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gelijnd hebben
jijzou gelijnd hebben
hijzou gelijnd hebben
wijzouden gelijnd hebben
julliezouden gelijnd hebben
zijzouden gelijnd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijlijn

Translations

  • slim, lose weight
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From lijn (“line”) + -en.

    Additional Information