Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: stijgen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: stijgend
Past participle - Verleden deelwoord: gestegen
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | stijg |
| jij | stijgt |
| hij | stijgt |
| wij | stijgen |
| jullie | stijgen |
| zij | stijgen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | ben gestegen |
| jij | bent gestegen |
| hij | is gestegen |
| wij | zijn gestegen |
| jullie | zijn gestegen |
| zij | zijn gestegen |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | steeg |
| jij | steeg |
| hij | steeg |
| wij | stegen |
| jullie | stegen |
| zij | stegen |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | was gestegen |
| jij | was gestegen |
| hij | was gestegen |
| wij | waren gestegen |
| jullie | waren gestegen |
| zij | waren gestegen |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal stijgen |
| jij | zult stijgen |
| hij | zal stijgen |
| wij | zullen stijgen |
| jullie | zullen stijgen |
| zij | zullen stijgen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gestegen zijn |
| jij | zult gestegen zijn |
| hij | zal gestegen zijn |
| wij | zullen gestegen zijn |
| jullie | zullen gestegen zijn |
| zij | zullen gestegen zijn |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou stijgen |
| jij | zou stijgen |
| hij | zou stijgen |
| wij | zouden stijgen |
| jullie | zouden stijgen |
| zij | zouden stijgen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gestegen zijn |
| jij | zou gestegen zijn |
| hij | zou gestegen zijn |
| wij | zouden gestegen zijn |
| jullie | zouden gestegen zijn |
| zij | zouden gestegen zijn |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'stijgen'
aaneenrijgen,
aanglijden,
aankijken,
aanrijden,
aanrijgen,
aanschrijden,
aansnijden,
aanstijgen,
aanstrijken,
achternarijden,
achteromkijken,
achteruitrijden,
afkijken,
afkrijgen,
afrijden,
afrijgen,
afsnijden,
afstijgen,
afwijken,
begrijpen, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'stijgen'
stijven,
tijgen,
afstijgen,
hijgen,
krijgen,
nijgen,
rijgen,
slijpen,
slijten,
smijten,
Translations
ascend, to fly, to soar
rise, of a quantity, etc: to increase
Sample Sentences
-
[...] waarin ik den tabak had geweekt, die zoo scherp en sterk van den tabak was, dat ik hem naauwelijks kon inzwelgen. Onmiddellijk daarop ging ik naar bed, en vond dat de rum mij geweldig naar het hoofd steeg, maar ik viel in een diepen slaap en werd niet weder wakker voor het, naar de zon te zien, drie uren in den namiddag van den volgenden dag was; ja, ik geloof zelfs, dat ik nog een dag en een nacht [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] op de plaats kwam, bleek het mij duidelijk, dat ik daar niet geweest was bij het vastleggen van de boot. Ten tweede was de voet veel grooter en breeder dan de mijne. Dit alles deed mijn angst weder stijgen, zoodat ik klappertandde als of ik de koorts had, en naar huis ging, in het vaste geloof, dat een of meer menschen aan den wal waren geweest, kortom, dat het eiland bewoond was, en ik onverhoeds [...]
(Robinson Crusoe)
-
Oogenblikkelijk steeg ik de ladders af, en greep mijne beide geweren, die aan den voet derzelve lagen, en even haastig den heuvel weder opklimmende, begaf ik mij naar het strand, en stelde mij aldus tusschen de [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] Hij zeide mij, dat het niet een van zijne natie was, maar een dier witte gebaarde mannen, die bij zijn volk in de boot waren gekomen. Dit berigt, dat het een blanke was, deed mijn afschuw ten top stijgen, en naar den boom gaande zag ik door mijn kijker duidelijk den blanke, die op het strand lag, aan handen en voeten gekneveld met eene soort van biezen, en dat hij een Europeër was, en kleederen [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] en door een kleinen omweg te maken kon ik zonder gezien te worden, daar komen, en dan was ik op een half geweerschot afstands van hen. Ik bedwong mijne drift derhalve, ofschoon die ten hoogsten top gestegen was, en ongeveer twintig schreden teruggaande, begaf ik mij achter eenig kreupelhout, dat zich uitstrekte tot aan den anderen boom, en toen kwam ik aan eene kleine hoogte, die mij op ongeveer [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch stigen, from Old Dutch stīgan, from Proto-West Germanic *stīgan, from Proto-Germanic *stīganą. See: Middle Dutch '
stigen', Proto-Germanic '
*stīganą'.
Verbs referencing "stijgen"
Swedish
stiga, German, Pennsylvania
schteige.
Additional Information