slijpen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of slijpen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: slijpen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: slijpend
Past participle - Verleden deelwoord: geslepen

Cognates

See the 5 cognates of slijpen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikslijp
jijslijpt
hijslijpt
wijslijpen
jullieslijpen
zijslijpen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geslepen
jijhebt geslepen
hijheeft geslepen
wijhebben geslepen
julliehebben geslepen
zijhebben geslepen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksleep
jijsleep
hijsleep
wijslepen
jullieslepen
zijslepen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geslepen
jijhad geslepen
hijhad geslepen
wijhadden geslepen
julliehadden geslepen
zijhadden geslepen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal slijpen
jijzult slijpen
hijzal slijpen
wijzullen slijpen
julliezullen slijpen
zijzullen slijpen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geslepen hebben
jijzult geslepen hebben
hijzal geslepen hebben
wijzullen geslepen hebben
julliezullen geslepen hebben
zijzullen geslepen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou slijpen
jijzou slijpen
hijzou slijpen
wijzouden slijpen
julliezouden slijpen
zijzouden slijpen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geslepen hebben
jijzou geslepen hebben
hijzou geslepen hebben
wijzouden geslepen hebben
julliezouden geslepen hebben
zijzouden geslepen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijslijp

Translations

  • cut, to form or shape by cutting
  • hone, to sharpen with a hone
  • mill, shape, polish, etc, using a machine
  • sharpen, to make sharp
  • whet, hone or rub on with some substance for the purpose of sharpening
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aanzetten
    wetten
    bijslijpen
    polijsten, scherpen
    rondhangen
    slenteren

    Antonyms

    aanzetten
    afzetten, stilzetten, uitschakelen, uitzetten

    Sample Sentences

    • [...] te handelen; maar door het kappen en behakken van hard hout, waren zij allen bot en vol scharen geworden. Ik had wel een slijpsteen, maar kon dien niet draaijen, en tegelijk mijn gereedschap er op slijpen. Dit kostte mij meer tijd, dan een staatsman noodig heeft om over landen en volken, of een regter om over leven en dood uitspraak te doen. Eindelijk maakte ik een wiel met een strop, dat ik met mijn [...] (Robinson Crusoe)
    • 28, 29 April. Deze twee dagen bragt ik door met mijne gereedschappen te slijpen; mijn werktuig om den steen te draaijen ging zeer goed. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch slipen, from Old Dutch *slīpan, from Proto-West Germanic *slīpan, from Proto-Germanic *slīpaną. See: Middle Dutch 'slipen', Proto-Germanic '*slīpaną'.

    Verbs referencing "slijpen"

    German, old spelling schleifen, Norwegian slippe, Luxembourgish schläifen.

    Additional Information