rapen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of rapen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: rapen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: rapend
Past participle - Verleden deelwoord: geraapt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikraap
jijraapt
hijraapt
wijrapen
jullierapen
zijrapen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geraapt
jijhebt geraapt
hijheeft geraapt
wijhebben geraapt
julliehebben geraapt
zijhebben geraapt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikraapte
jijraapte
hijraapte
wijraapten
jullieraapten
zijraapten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geraapt
jijhad geraapt
hijhad geraapt
wijhadden geraapt
julliehadden geraapt
zijhadden geraapt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal rapen
jijzult rapen
hijzal rapen
wijzullen rapen
julliezullen rapen
zijzullen rapen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geraapt hebben
jijzult geraapt hebben
hijzal geraapt hebben
wijzullen geraapt hebben
julliezullen geraapt hebben
zijzullen geraapt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou rapen
jijzou rapen
hijzou rapen
wijzouden rapen
julliezouden rapen
zijzouden rapen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geraapt hebben
jijzou geraapt hebben
hijzou geraapt hebben
wijzouden geraapt hebben
julliezouden geraapt hebben
zijzouden geraapt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijraap

Verbs similar to 'rapen'

gapen, raden, raken, ramen, aaien, baden, banen, baten, braden, dalen,

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

oppakken
oprapen
bijeengaren
verzamelen

Sample Sentences

  • [...] hij de zeilen. Daar ik aan het roer zat, liet ik het eene mijl in zee loopen, en draaide toen bij als om te visschen. Ik gaf daarop den jongen het roer, liep naar voren, bukte als om iets op te rapen, greep den Moor onverhoeds bij den gordel, en wierp hem over boord. Hij kwam bijkans op hetzelfde oogenblik boven, want hij zwom als een visch, en smeekte mij hem op te nemen, terwijl hij zwoer mij [...] (Robinson Crusoe)
  • [...] de oogen te zien, niet geschikt was om twintig jaren geheel alleen op een woest eiland te leven, en dat er zeker niets in de grot was, dat meer schrik kon verwekken dan mijn eigen persoon. Hierna raapte ik al mijn moed bijeen, nam een vlammend hout in de hand, en stoof daarmede gewapend, de grot in. Ik had nog geen drie stappen gedaan, of ik schrikte weder even hevig als vroeger, want ik hoorde een [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch rāpen, from Old Dutch *rapon, from Proto-Germanic *hrapōną. See: Old Dutch '*rapon', Proto-Germanic '*hrapōną'.

Verbs referencing "rapen"

English rape, Spanish rapar, Luxembourgish rafen, German, old spelling raffen.

Additional Information