Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: verzamelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verzamelend
Past participle - Verleden deelwoord: verzameld
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | verzamel |
| jij | verzamelt |
| hij | verzamelt |
| wij | verzamelen |
| jullie | verzamelen |
| zij | verzamelen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb verzameld |
| jij | hebt verzameld |
| hij | heeft verzameld |
| wij | hebben verzameld |
| jullie | hebben verzameld |
| zij | hebben verzameld |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | verzamelde |
| jij | verzamelde |
| hij | verzamelde |
| wij | verzamelden |
| jullie | verzamelden |
| zij | verzamelden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had verzameld |
| jij | had verzameld |
| hij | had verzameld |
| wij | hadden verzameld |
| jullie | hadden verzameld |
| zij | hadden verzameld |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal verzamelen |
| jij | zult verzamelen |
| hij | zal verzamelen |
| wij | zullen verzamelen |
| jullie | zullen verzamelen |
| zij | zullen verzamelen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal verzameld hebben |
| jij | zult verzameld hebben |
| hij | zal verzameld hebben |
| wij | zullen verzameld hebben |
| jullie | zullen verzameld hebben |
| zij | zullen verzameld hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou verzamelen |
| jij | zou verzamelen |
| hij | zou verzamelen |
| wij | zouden verzamelen |
| jullie | zouden verzamelen |
| zij | zouden verzamelen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou verzameld hebben |
| jij | zou verzameld hebben |
| hij | zou verzameld hebben |
| wij | zouden verzameld hebben |
| jullie | zouden verzameld hebben |
| zij | zouden verzameld hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'verzamelen'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'verzamelen'
verkavelen,
vermemelen,
vernagelen,
verzegelen,
inzamelen,
verbabbelen,
verboemelen,
verdelen,
veredelen,
verenkelen,
Translations
collect, collect
confer, collect
gather, to bring together; to collect
glean, gather information in small amounts, with implied difficulty, bit by bit
hoard, to amass
rally, To come into orderly arrangement
Sample Sentences
-
[...] ik niet wist welke. Daar ik vond dat ik ze niet op hoopen leggen kon, en niet in een zak wegdragen, daar ze hierbij vertrapt worden of aan stukken gaan zouden, sloeg ik een anderen weg in; want ik verzamelde eene menigte druiven, en hing die aan de uiteinden der takken, om ze in de zon te laten droogen; en van de limmetjes en limoenen nam ik zoo veel mede als ik dragen kon.
(Robinson Crusoe)
-
[...] afgeschoten, want dit lag naast hem, doch de wolven hadden hem reeds half verslonden. Vol afgrijzen wisten wij eerst niet wat te doen, doch de wolven lieten ons weinig tijd van beraad, want zij verzamelden zich om ons heen, en schenen ons tot hunne prooi uitgekozen te hebben. Ik geloof, dat er wel driehonderd waren. Tot ons geluk lagen digt bij den ingang van het bosch eenige zware boomstammen, die [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From ver- + zamelen. Compare German versammeln. See: German, old spelling '
versammeln'.
Verbs referencing "verzamelen"
German, old spelling
versammeln, Low Saxon versammeln.
Additional Information