passeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of passeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: passeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: passerend
Past participle - Verleden deelwoord: gepasserd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikpasser
jijpassert
hijpassert
wijpasseren
julliepasseren
zijpasseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gepasserd
jijhebt gepasserd
hijheeft gepasserd
wijhebben gepasserd
julliehebben gepasserd
zijhebben gepasserd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikpasserde
jijpasserde
hijpasserde
wijpasserden
julliepasserden
zijpasserden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gepasserd
jijhad gepasserd
hijhad gepasserd
wijhadden gepasserd
julliehadden gepasserd
zijhadden gepasserd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal passeren
jijzult passeren
hijzal passeren
wijzullen passeren
julliezullen passeren
zijzullen passeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gepasserd hebben
jijzult gepasserd hebben
hijzal gepasserd hebben
wijzullen gepasserd hebben
julliezullen gepasserd hebben
zijzullen gepasserd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou passeren
jijzou passeren
hijzou passeren
wijzouden passeren
julliezouden passeren
zijzouden passeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gepasserd hebben
jijzou gepasserd hebben
hijzou gepasserd hebben
wijzouden gepasserd hebben
julliezouden gepasserd hebben
zijzouden gepasserd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijpasser

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

inhalen
voorbijgaan, voorbijlopen, voorbijrijden
doorgaan
gelden
gebeuren
geschieden, plaatsvinden, voorvallen
bekrachtigen
verlijden

Antonyms

doorgaan
stilstaan, stoppen

Sample Sentences

  • [...] de hoogte van kaap St. Augustijn kwamen, waar wij zeewaarts hielden en koers stelden, alsof wij naar het eiland Fernand de Norouba bestemd waren, koers stellende N.O. ten N. In ongeveer twaalf dagen passeerden wij de linie, en waren naar ons laatste bestek op 7°, 22 ' N. breedte, toen een geweldige tornado of orkaan ons geheel buiten ons bestek bragt. Deze begon in het Z.O., liep toen naar het N.W. en [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

Borrowed from French passer. See: French 'passer'.

Additional Information