plaatsvinden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of plaatsvinden

The word "plaatsvinden" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: plaatsvinden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: plaatsvindend
Past participle - Verleden deelwoord: geplaatsvind

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikplaatsvind
jijplaatsvindt
hijplaatsvindt
wijplaatsvinden
jullieplaatsvinden
zijplaatsvinden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geplaatsvind
jijhebt geplaatsvind
hijheeft geplaatsvind
wijhebben geplaatsvind
julliehebben geplaatsvind
zijhebben geplaatsvind

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikplaatsvindde
jijplaatsvindde
hijplaatsvindde
wijplaatsvindden
jullieplaatsvindden
zijplaatsvindden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geplaatsvind
jijhad geplaatsvind
hijhad geplaatsvind
wijhadden geplaatsvind
julliehadden geplaatsvind
zijhadden geplaatsvind

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal plaatsvinden
jijzult plaatsvinden
hijzal plaatsvinden
wijzullen plaatsvinden
julliezullen plaatsvinden
zijzullen plaatsvinden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geplaatsvind hebben
jijzult geplaatsvind hebben
hijzal geplaatsvind hebben
wijzullen geplaatsvind hebben
julliezullen geplaatsvind hebben
zijzullen geplaatsvind hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou plaatsvinden
jijzou plaatsvinden
hijzou plaatsvinden
wijzouden plaatsvinden
julliezouden plaatsvinden
zijzouden plaatsvinden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geplaatsvind hebben
jijzou geplaatsvind hebben
hijzou geplaatsvind hebben
wijzouden geplaatsvind hebben
julliezouden geplaatsvind hebben
zijzouden geplaatsvind hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijplaatsvind

Verbs similar to 'plaatsvinden'

Translations

  • occur, take place
  • occur, present itself
  • proceed, take place
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • De officiële opening van de Rijksuniversiteit Groningen vond plaats op 23 augustus 1614. (The official opening of the University of Groningen took place on August 23, 1614.)

    Etymology

    From plaats (“place”) + vinden (“find”); literally "find (its) place".

    Additional Information