wijzen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of wijzen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: wijzen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wijzend
Past participle - Verleden deelwoord: gewezen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikwijs
jijwijst
hijwijst
wijwijzen
julliewijzen
zijwijzen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gewezen
jijhebt gewezen
hijheeft gewezen
wijhebben gewezen
julliehebben gewezen
zijhebben gewezen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikwees
jijwees
hijwees
wijwezen
julliewezen
zijwezen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gewezen
jijhad gewezen
hijhad gewezen
wijhadden gewezen
julliehadden gewezen
zijhadden gewezen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal wijzen
jijzult wijzen
hijzal wijzen
wijzullen wijzen
julliezullen wijzen
zijzullen wijzen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gewezen hebben
jijzult gewezen hebben
hijzal gewezen hebben
wijzullen gewezen hebben
julliezullen gewezen hebben
zijzullen gewezen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou wijzen
jijzou wijzen
hijzou wijzen
wijzouden wijzen
julliezouden wijzen
zijzouden wijzen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gewezen hebben
jijzou gewezen hebben
hijzou gewezen hebben
wijzouden gewezen hebben
julliezouden gewezen hebben
zijzouden gewezen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijwijs

Verbs similar to 'wijzen'

rijzen, wijden, wijken, wijten, afwijzen, bewijzen, bijten, hijgen, hijsen, kiezen,

Translations

  • point, to extend finger
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aanwijzen
    aanduiden, aangeven, tonen, uitduiden
    attenderen
    herinneren, waarschuwen
    duiden
    aanduiden

    Sample Sentences

    • Dit jaar was voor mij het aangenaamste van allen, die ik hier doorgebragt had, Vrijdag begon tamelijk wel te spreken en kende spoedig de namen van al wat ik hem wijzen kon, en van elke plaats, waar ik hem naar toe zenden kon. Ik begon dus thans mijne tong weder te kunnen gebruiken, waartoe ik, om te spreken bedoel ik, tot hiertoe weinig gelegenheid had gehad. [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] wij velden, behalve dat hij veel naar verwhout geleek. Vrijdag was er voor den stam met vuur uit te hollen, maar ik zeide hem dit liever met werktuigen te doen, en nadat ik hem het gebruik daarvan gewezen had, kon hij er spoedig goed mede te regt. Na eene maand harden arbeid, hadden wij hem af, en zeer goed gevormd, vooral toen wij met onze bijlen, die ik hem had leeren behandelen, er de goede [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] kant, die het digtst bij hen was, behalve, dat een uithoek van het bosch mij van hen afscheidde. Hier gekomen riep ik Vrijdag zachtjes bij mij, en hem een grooten boom, die juist aan den hoek stond, wijzende, gelastte ik hem daarin te klimmen, en mij tijding te brengen als hij duidelijk zien kon wat zij verrigtten. Dit deed hij en kwam onmiddellijk terug, zeggende, dat men ze vandaar duidelijk zien kon; [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] was, en nog niet weten wat er van te denken. " " Waar zijn die schelmen, uwe vijanden ? " vroeg ik. " Weet gij waar zij heengegaan zijn ? " — " Daar zijn zij, mijnheer, " zeide hij, naar een bosch wijzende. " Ik beef van angst, dat zij ons gezien en u hebben hooren spreken, want dan zullen zij ons zeker allen vermoorden. " " Hebben zij vuurwapenen ? " vroeg ik. Hij zeide, dat zij slechts twee geweren [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch wisen, from Old Dutch wīsen, from Proto-West Germanic *wīsijan, from Proto-Germanic *wīsijaną. See: Middle Dutch 'wisen', Proto-Germanic '*wīsijaną'.

    Verbs referencing "wijzen"

    Danish vise, Luxembourgish weisen, Afrikaans wys.

    Additional Information