Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: wijten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: wijtend
Past participle - Verleden deelwoord: geweten
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | wijt |
| jij | wijt |
| hij | wijt |
| wij | wijten |
| jullie | wijten |
| zij | wijten |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb geweten |
| jij | hebt geweten |
| hij | heeft geweten |
| wij | hebben geweten |
| jullie | hebben geweten |
| zij | hebben geweten |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | weet |
| jij | weet |
| hij | weet |
| wij | weten |
| jullie | weten |
| zij | weten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had geweten |
| jij | had geweten |
| hij | had geweten |
| wij | hadden geweten |
| jullie | hadden geweten |
| zij | hadden geweten |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal wijten |
| jij | zult wijten |
| hij | zal wijten |
| wij | zullen wijten |
| jullie | zullen wijten |
| zij | zullen wijten |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal geweten hebben |
| jij | zult geweten hebben |
| hij | zal geweten hebben |
| wij | zullen geweten hebben |
| jullie | zullen geweten hebben |
| zij | zullen geweten hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou wijten |
| jij | zou wijten |
| hij | zou wijten |
| wij | zouden wijten |
| jullie | zouden wijten |
| zij | zouden wijten |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou geweten hebben |
| jij | zou geweten hebben |
| hij | zou geweten hebben |
| wij | zouden geweten hebben |
| jullie | zouden geweten hebben |
| zij | zouden geweten hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'wijten'
bijten,
krijten,
kwijten,
ontbijten,
rijten,
schijten,
slijten,
smijten,
spijten,
splijten,
verslijten,
verwijten,
wijten,
Verbs similar to 'wijten'
bijten,
kwijten,
rijten,
wijden,
wijken,
wijzen,
fitten,
gieten,
gisten,
hijgen,
Translations
ascribe, attribute a cause or characteristic
blame, place blame upon
Sample Sentences
-
[...] voedsel op te sporen, bij hoog water, ten einde altijd gereed te zijn als het afgeloopen was. Ik had thans rondhouten, planken en ijzerwerk genoeg bijeen, om eene goede boot te bouwen, als ik maar geweten had, hoe; ook had ik op verschillende tijden bijkans honderd pond van de rol lood afgehaald.
(Robinson Crusoe)
-
[...] of gaas. Maanden lang wist ik niet wat hieraan te doen; ik had geen ander linnen dan eenige lappen. Ik had wel geitenhaar, maar wist niet hoe dit gesponnen of geweven moest worden, en al had ik het geweten, dan had ik er geen gereedschap toe. Eindelijk echter bedacht ik, dat ik onder de matrozenkleederen, die ik uit het schip gered had, eenige neteldoeksche halsdoeken had. Van deze maakte ik drie [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] koelte begon te waaijen. Ik was thans op een vreesselijken afstand van het eiland, en als er mistig weder was opgekomen, was ik ook verloren geweest, want ik had geen kompas aan boord, en zou nooit geweten hebben hoe ik naar het eiland had moeten sturen, als ik het eens uit het gezigt had verloren, maar daar het weder helder bleef, zette ik mijn mast weder op en mijn zeil bij, en hield zoo veel [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] Ik wilde liefst niet vuren, opdat de anderen het niet zouden hooren; schoon dat op dien afstand niet gemakkelijk zou geweest zijn, en daar zij buiten het gezigt van den rook waren, toch niet zouden geweten hebben wat er van te maken. Toen ik dezen nedergeveld had, bleef de ander als verschrikt staan, en ik trad naar hem toe, maar naderbij gekomen bespeurde ik, dat hij een boog en pijlen had, en op mij [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch witen, from Old Dutch wītan, from Proto-West Germanic *wītan, from Proto-Germanic *wītaną. See: Middle Dutch '
witen', Proto-Germanic '
*wītaną'.
Additional Information