Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: tonen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: tonend
Past participle - Verleden deelwoord: getoond
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | toon |
| jij | toont |
| hij | toont |
| wij | tonen |
| jullie | tonen |
| zij | tonen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb getoond |
| jij | hebt getoond |
| hij | heeft getoond |
| wij | hebben getoond |
| jullie | hebben getoond |
| zij | hebben getoond |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | toonde |
| jij | toonde |
| hij | toonde |
| wij | toonden |
| jullie | toonden |
| zij | toonden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had getoond |
| jij | had getoond |
| hij | had getoond |
| wij | hadden getoond |
| jullie | hadden getoond |
| zij | hadden getoond |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal tonen |
| jij | zult tonen |
| hij | zal tonen |
| wij | zullen tonen |
| jullie | zullen tonen |
| zij | zullen tonen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal getoond hebben |
| jij | zult getoond hebben |
| hij | zal getoond hebben |
| wij | zullen getoond hebben |
| jullie | zullen getoond hebben |
| zij | zullen getoond hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou tonen |
| jij | zou tonen |
| hij | zou tonen |
| wij | zouden tonen |
| jullie | zouden tonen |
| zij | zouden tonen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou getoond hebben |
| jij | zou getoond hebben |
| hij | zou getoond hebben |
| wij | zouden getoond hebben |
| jullie | zouden getoond hebben |
| zij | zouden getoond hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'tonen'
aanberen,
aanhalen,
aanhelen,
aanhogen,
aanklagen,
aanleren,
aanmarcheren,
aanmeren,
aanrazeren,
aanschemeren,
aansmeren,
aanspelen,
aanspugen,
aantelen,
aanvegen,
aanzagen,
abandonneren,
abdiceren,
abdiqueren,
abduceren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'tonen'
honen,
lonen,
wonen,
banen,
bomen,
doden,
doen,
dogen,
dolen,
dopen,
Translations
display, to show conspicuously
exhibit, display or show (something) for others to see
exhibit, demonstrate
model, display
show, to display
Sample Sentences
-
Al deze gebeurtenissen toonden mij meer en meer, dat mijn toestand, verre af was van rampzalig te zijn, als ik dien bij dien van anderen vergeleek, waarin God ook mij had kunnen plaatsen. Dit deed mij denken hoe weinig de [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] der wereld gingen. Ik verhaalde hem van het wrak, waar ik aan boord was geweest, en wees hem de plaats zoo nabij als ik kon, want het was lang te voren aan stukken geslagen en geheel verdwenen. Ik toonde hem hetgeen er nog over was van de boot, die bij mijne redding op het strand geslagen werd, en welke ik nimmer had kunnen bewegen, maar die thans in stukken was gevallen. Toen Vrijdag deze boot zag [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] zij allen verklaard hadden te willen achterblijven, zeide ik hun, hun mijn geheelen levensloop aldaar te zullen verhalen, en te dien einde verhaalde ik hun hoe het eiland was, hoe ik er gekomen was; toonde hun mijne verschansingen, hoe ik er mijn brood gebakken, mijn koorn geplant, mijne druiven gedroogd had, in een woord, al wat hun van nut kon zijn. Ook verhaalde ik hun van de zestien Spanjaarden, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] ouden weldoener, den goeden kapitein, te beloonen, die mij het eerst in mijn tegenspoed had bijgestaan, van den beginne af menschlievend, en tot aan het einde eerlijk jegens mij gehandeld had. Ik toonde hem al wat mij gezonden was. Ik zeide hem, dat na de Voorzienigheid, die alles bestiert, ik dat alles aan hem te danken had, en dat het nu mijn pligt was hem te beloonen, hetwelk ik honderdvoudig [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
1. From Middle Dutch tônen, from Old Dutch *tōnen. Cognate with Middle Low German tônen, Middle High German zounen, zōnen.
2. Probably a byform of synonymous Middle Dutch tôghen, cognate with Old Saxon tōgian, Old High German zougen, Gothic 𐌰𐍄𐌰𐌿𐌲𐌾𐌰𐌽 (ataugjan), derived from Proto-Germanic *augô (“eye”). The lack of -g- may be due to Grammatischer Wechsel or later contraction. The fact that some consonant originally preceded -n- is evidenced by the High German variant zounen (with lack of pre-alveolar monophthongisation). See: Middle High German '
zounen'.
Verbs referencing "tonen"
Afrikaans
toon.
Additional Information