tonen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of tonen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: tonen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: tonend
Past participle - Verleden deelwoord: getoond

Cognates

See the 2 cognates of tonen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iktoon
jijtoont
hijtoont
wijtonen
jullietonen
zijtonen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb getoond
jijhebt getoond
hijheeft getoond
wijhebben getoond
julliehebben getoond
zijhebben getoond

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktoonde
jijtoonde
hijtoonde
wijtoonden
jullietoonden
zijtoonden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad getoond
jijhad getoond
hijhad getoond
wijhadden getoond
julliehadden getoond
zijhadden getoond

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal tonen
jijzult tonen
hijzal tonen
wijzullen tonen
julliezullen tonen
zijzullen tonen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal getoond hebben
jijzult getoond hebben
hijzal getoond hebben
wijzullen getoond hebben
julliezullen getoond hebben
zijzullen getoond hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou tonen
jijzou tonen
hijzou tonen
wijzouden tonen
julliezouden tonen
zijzouden tonen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou getoond hebben
jijzou getoond hebben
hijzou getoond hebben
wijzouden getoond hebben
julliezouden getoond hebben
zijzouden getoond hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijtoon

Translations

  • display, to show conspicuously
  • exhibit, display or show (something) for others to see
  • exhibit, demonstrate
  • model, display
  • show, to display
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aantonen
    demonstreren

    Sample Sentences

    • Al deze gebeurtenissen toonden mij meer en meer, dat mijn toestand, verre af was van rampzalig te zijn, als ik dien bij dien van anderen vergeleek, waarin God ook mij had kunnen plaatsen. Dit deed mij denken hoe weinig de [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] der wereld gingen. Ik verhaalde hem van het wrak, waar ik aan boord was geweest, en wees hem de plaats zoo nabij als ik kon, want het was lang te voren aan stukken geslagen en geheel verdwenen. Ik toonde hem hetgeen er nog over was van de boot, die bij mijne redding op het strand geslagen werd, en welke ik nimmer had kunnen bewegen, maar die thans in stukken was gevallen. Toen Vrijdag deze boot zag [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] zij allen verklaard hadden te willen achterblijven, zeide ik hun, hun mijn geheelen levensloop aldaar te zullen verhalen, en te dien einde verhaalde ik hun hoe het eiland was, hoe ik er gekomen was; toonde hun mijne verschansingen, hoe ik er mijn brood gebakken, mijn koorn geplant, mijne druiven gedroogd had, in een woord, al wat hun van nut kon zijn. Ook verhaalde ik hun van de zestien Spanjaarden, [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] ouden weldoener, den goeden kapitein, te beloonen, die mij het eerst in mijn tegenspoed had bijgestaan, van den beginne af menschlievend, en tot aan het einde eerlijk jegens mij gehandeld had. Ik toonde hem al wat mij gezonden was. Ik zeide hem, dat na de Voorzienigheid, die alles bestiert, ik dat alles aan hem te danken had, en dat het nu mijn pligt was hem te beloonen, hetwelk ik honderdvoudig [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    1. From Middle Dutch tônen, from Old Dutch *tōnen. Cognate with Middle Low German tônen, Middle High German zounen, zōnen.
    2. Probably a byform of synonymous Middle Dutch tôghen, cognate with Old Saxon tōgian, Old High German zougen, Gothic 𐌰𐍄𐌰𐌿𐌲𐌾𐌰𐌽 (ataugjan), derived from Proto-Germanic *augô (“eye”). The lack of -g- may be due to Grammatischer Wechsel or later contraction. The fact that some consonant originally preceded -n- is evidenced by the High German variant zounen (with lack of pre-alveolar monophthongisation). See: Middle High German 'zounen'.

    Verbs referencing "tonen"

    Afrikaans toon.

    Additional Information