verpozen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verpozen

The word "verpozen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verpozen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verpozend
Past participle - Verleden deelwoord: verpoosd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverpoos
jijverpoost
hijverpoost
wijverpozen
jullieverpozen
zijverpozen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verpoosd
jijhebt verpoosd
hijheeft verpoosd
wijhebben verpoosd
julliehebben verpoosd
zijhebben verpoosd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverpoosde
jijverpoosde
hijverpoosde
wijverpoosden
jullieverpoosden
zijverpoosden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verpoosd
jijhad verpoosd
hijhad verpoosd
wijhadden verpoosd
julliehadden verpoosd
zijhadden verpoosd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verpozen
jijzult verpozen
hijzal verpozen
wijzullen verpozen
julliezullen verpozen
zijzullen verpozen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verpoosd hebben
jijzult verpoosd hebben
hijzal verpoosd hebben
wijzullen verpoosd hebben
julliezullen verpoosd hebben
zijzullen verpoosd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verpozen
jijzou verpozen
hijzou verpozen
wijzouden verpozen
julliezouden verpozen
zijzouden verpozen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verpoosd hebben
jijzou verpoosd hebben
hijzou verpoosd hebben
wijzouden verpoosd hebben
julliezouden verpoosd hebben
zijzouden verpoosd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverpoos

Verbs conjugated like 'verpozen'

blozen, grazen, liefkozen, verbazen, vrezen,

Verbs similar to 'verpozen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From poos (“period of time”) + ver- -en.

Additional Information