verhinderen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verhinderen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verhinderen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verhinderend
Past participle - Verleden deelwoord: verhinderd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverhinder
jijverhindert
hijverhindert
wijverhinderen
jullieverhinderen
zijverhinderen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verhinderd
jijhebt verhinderd
hijheeft verhinderd
wijhebben verhinderd
julliehebben verhinderd
zijhebben verhinderd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverhinderde
jijverhinderde
hijverhinderde
wijverhinderden
jullieverhinderden
zijverhinderden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verhinderd
jijhad verhinderd
hijhad verhinderd
wijhadden verhinderd
julliehadden verhinderd
zijhadden verhinderd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verhinderen
jijzult verhinderen
hijzal verhinderen
wijzullen verhinderen
julliezullen verhinderen
zijzullen verhinderen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verhinderd hebben
jijzult verhinderd hebben
hijzal verhinderd hebben
wijzullen verhinderd hebben
julliezullen verhinderd hebben
zijzullen verhinderd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verhinderen
jijzou verhinderen
hijzou verhinderen
wijzouden verhinderen
julliezouden verhinderen
zijzouden verhinderen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verhinderd hebben
jijzou verhinderd hebben
hijzou verhinderd hebben
wijzouden verhinderd hebben
julliezouden verhinderd hebben
zijzouden verhinderd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverhinder

Translations

  • abstain, hinder, withhold
  • avert, to ward off
  • block, to prevent an action
  • block, to impede opponent
  • deter, to prevent something from happening
  • hinder, to keep back; to delay or impede
  • repel, to ward off
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    beletten
    tegenhouden, verijdelen, voorkomen

    Sample Sentences

    • [...] dat hij Z.W. bleef, gedurende zeven of acht dagen. Verscheidene groote schepen van New-Castle bleven daar om dezelfde reden als wij liggen. De wind, die eerst stevig, en vervolgens allerhevigst was, verhinderde ons den Teems op te varen; (Robinson Crusoe)
    • [...] en den volgenden morgen lag de boot schoon gemaakt, en met vlag en wimpel, mijn meester en zijne gasten af te wachten, toen de eerste alleen kwam en mij zeide, dat zijne gasten door bezigheden verhinderd werden; ik moest dus maar met den matroos en den jongen, volgens gewoonte, uit visschen gaan, want zijne vrienden zouden het avondmaal bij hem komen gebruiken. Zoodra ik eenigen visch had, moest ik [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From ver- + hinderen.

    Additional Information