Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: bezetten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bezettend
Past participle - Verleden deelwoord: bezet
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | bezet |
| jij | bezet |
| hij | bezet |
| wij | bezetten |
| jullie | bezetten |
| zij | bezetten |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb bezet |
| jij | hebt bezet |
| hij | heeft bezet |
| wij | hebben bezet |
| jullie | hebben bezet |
| zij | hebben bezet |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | bezette |
| jij | bezette |
| hij | bezette |
| wij | bezetten |
| jullie | bezetten |
| zij | bezetten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had bezet |
| jij | had bezet |
| hij | had bezet |
| wij | hadden bezet |
| jullie | hadden bezet |
| zij | hadden bezet |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal bezetten |
| jij | zult bezetten |
| hij | zal bezetten |
| wij | zullen bezetten |
| jullie | zullen bezetten |
| zij | zullen bezetten |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal bezet hebben |
| jij | zult bezet hebben |
| hij | zal bezet hebben |
| wij | zullen bezet hebben |
| jullie | zullen bezet hebben |
| zij | zullen bezet hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou bezetten |
| jij | zou bezetten |
| hij | zou bezetten |
| wij | zouden bezetten |
| jullie | zouden bezetten |
| zij | zouden bezetten |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou bezet hebben |
| jij | zou bezet hebben |
| hij | zou bezet hebben |
| wij | zouden bezet hebben |
| jullie | zouden bezet hebben |
| zij | zouden bezet hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'bezetten'
aaneenkitten,
aaneenzetten,
aanvatten,
aanvetten,
aanvletten,
aanwitten,
aanzetten,
achterafzetten,
afbetten,
afkatten,
afplatten,
afspitten,
afvatten,
afvetten,
afzetten,
bedotten,
beletten,
benutten,
besmetten,
bespatten, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'bezetten'
beletten,
bezitten,
afzetten,
bedotten,
bemesten,
benutten,
besmetten,
bevatten,
bezeren,
inzetten,
Translations
occupy, have (taken) control of
Sample Sentences
-
Dit gebrek aan gereedschap maakte, dat al mijn werk langzaam van de hand ging, en het duurde bijkans een jaar, alvorens ik mijne kleine schans, of met palissaden bezette woning, voltooid had; het kappen der palen en staken, die zoo zwaar waren als ik ze slechts vervoeren kon, vereischte veel tijd, en nog meer het bewerken en naar huis slepen. Ik bragt somtijds twee [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] zijn gelaat was ontzaggelijker, dan woorden kunnen uitdrukken; toen hij met zijnen voet op den grond trad, dreunde deze, even als bij de aardbeving, en de geheele lucht scheen als met vuurvlammen bezet. Toen hij op den grond stond trad hij naar mij toe, met een speer of dergelijk wapen in de hand, als om mij te dooden, en toen hij op eenigen afstand van mij op eene hoogte stond, sprak hij tot mij, [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] het geheele eiland zou kunnen overzien, en mijn weg niet missen; maar hierin vergiste ik mij, want toen ik een half uur afgelegd had, bevond ik mij in een diep dal, dat door heuvels met geboomte bezet, omringd was, zoodat ik mijn weg alleen houden kon door mij naar de zon te rigten, en dit was nog moeijelijk, tenzij ik den juisten stand der zon op dat uur van den dag kende. Tot mijn ongeluk werd [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] dat ik zeer weinig inzigt van de zaak had, toen ik als eene allezins geschikte plek eene opene vlakke weide uitkoos, met twee of drie beekjes van loopend water, en dat aan het eene einde met boomen bezet was. Zij zullen over mijn voornemen lagchen als ik zeg, dat ik dit stuk grond, zoodanig begon te omheinen, dat mijn heining of paalwerk ongeveer twee (Eng. ) mijlen groot zou worden. De dwaasheid [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch besetten, from Old Dutch *bisetten, from Proto-West Germanic *bisattjan, from Proto-Germanic *bisatjaną. Equivalent to be- + zetten. See: Proto-Germanic '
*bisatjaną'.
Verbs referencing "bezetten"
English
beset, German, old spelling
besetzen.
Additional Information