bezetten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bezetten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bezetten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bezettend
Past participle - Verleden deelwoord: bezet

Cognates

See the 5 cognates of bezetten

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbezet
jijbezet
hijbezet
wijbezetten
julliebezetten
zijbezetten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bezet
jijhebt bezet
hijheeft bezet
wijhebben bezet
julliehebben bezet
zijhebben bezet

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbezette
jijbezette
hijbezette
wijbezetten
julliebezetten
zijbezetten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bezet
jijhad bezet
hijhad bezet
wijhadden bezet
julliehadden bezet
zijhadden bezet

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bezetten
jijzult bezetten
hijzal bezetten
wijzullen bezetten
julliezullen bezetten
zijzullen bezetten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bezet hebben
jijzult bezet hebben
hijzal bezet hebben
wijzullen bezet hebben
julliezullen bezet hebben
zijzullen bezet hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bezetten
jijzou bezetten
hijzou bezetten
wijzouden bezetten
julliezouden bezetten
zijzouden bezetten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bezet hebben
jijzou bezet hebben
hijzou bezet hebben
wijzouden bezet hebben
julliezouden bezet hebben
zijzouden bezet hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbezet

Translations

  • occupy, have (taken) control of
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    binnentrekken
    binnenvallen, overheersen, overmeesteren, veroveren
    afzetten
    versieren

    Antonyms

    afzetten
    aanzetten, aandoen, aandraaien, inschakelen, starten

    Sample Sentences

    • Dit gebrek aan gereedschap maakte, dat al mijn werk langzaam van de hand ging, en het duurde bijkans een jaar, alvorens ik mijne kleine schans, of met palissaden bezette woning, voltooid had; het kappen der palen en staken, die zoo zwaar waren als ik ze slechts vervoeren kon, vereischte veel tijd, en nog meer het bewerken en naar huis slepen. Ik bragt somtijds twee [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] zijn gelaat was ontzaggelijker, dan woorden kunnen uitdrukken; toen hij met zijnen voet op den grond trad, dreunde deze, even als bij de aardbeving, en de geheele lucht scheen als met vuurvlammen bezet. Toen hij op den grond stond trad hij naar mij toe, met een speer of dergelijk wapen in de hand, als om mij te dooden, en toen hij op eenigen afstand van mij op eene hoogte stond, sprak hij tot mij, [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] het geheele eiland zou kunnen overzien, en mijn weg niet missen; maar hierin vergiste ik mij, want toen ik een half uur afgelegd had, bevond ik mij in een diep dal, dat door heuvels met geboomte bezet, omringd was, zoodat ik mijn weg alleen houden kon door mij naar de zon te rigten, en dit was nog moeijelijk, tenzij ik den juisten stand der zon op dat uur van den dag kende. Tot mijn ongeluk werd [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] dat ik zeer weinig inzigt van de zaak had, toen ik als eene allezins geschikte plek eene opene vlakke weide uitkoos, met twee of drie beekjes van loopend water, en dat aan het eene einde met boomen bezet was. Zij zullen over mijn voornemen lagchen als ik zeg, dat ik dit stuk grond, zoodanig begon te omheinen, dat mijn heining of paalwerk ongeveer twee (Eng. ) mijlen groot zou worden. De dwaasheid [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch besetten, from Old Dutch *bisetten, from Proto-West Germanic *bisattjan, from Proto-Germanic *bisatjaną. Equivalent to be- + zetten. See: Proto-Germanic '*bisatjaną'.

    Verbs referencing "bezetten"

    English beset, German, old spelling besetzen.

    Additional Information