verijdelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verijdelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verijdelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verijdelend
Past participle - Verleden deelwoord: verijdeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverijdel
jijverijdelt
hijverijdelt
wijverijdelen
jullieverijdelen
zijverijdelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verijdeld
jijhebt verijdeld
hijheeft verijdeld
wijhebben verijdeld
julliehebben verijdeld
zijhebben verijdeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverijdelde
jijverijdelde
hijverijdelde
wijverijdelden
jullieverijdelden
zijverijdelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verijdeld
jijhad verijdeld
hijhad verijdeld
wijhadden verijdeld
julliehadden verijdeld
zijhadden verijdeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verijdelen
jijzult verijdelen
hijzal verijdelen
wijzullen verijdelen
julliezullen verijdelen
zijzullen verijdelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verijdeld hebben
jijzult verijdeld hebben
hijzal verijdeld hebben
wijzullen verijdeld hebben
julliezullen verijdeld hebben
zijzullen verijdeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verijdelen
jijzou verijdelen
hijzou verijdelen
wijzouden verijdelen
julliezouden verijdelen
zijzouden verijdelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verijdeld hebben
jijzou verijdeld hebben
hijzou verijdeld hebben
wijzouden verijdeld hebben
julliezouden verijdeld hebben
zijzouden verijdeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverijdel

Translations

  • disconcert, frustrate
  • foil, prevent from being accomplished
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    beletten
    verhinderen

    Sample Sentences

    • [...] door het zien van niet minder dan vijf kanoes, die allen aan mijne zijde van het eiland op het strand zaten, terwijl al de daarbij behoorende lieden aan land en buiten mijn gezigt waren. Hun aantal verijdelde al mijne voornemens, ik wist, dat er altijd vijf of zes en soms meer in eene kanoe kwamen, en wist dus niet hoe ik alleen twintig of dertig menschen zou aantasten, dus bleef ik misnoegd en [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    Verbs referencing "verijdelen"

    German, old spelling vereiteln.

    Additional Information