verminderen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verminderen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verminderen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verminderend
Past participle - Verleden deelwoord: verminderd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverminder
jijvermindert
hijvermindert
wijverminderen
jullieverminderen
zijverminderen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verminderd
jijhebt verminderd
hijheeft verminderd
wijhebben verminderd
julliehebben verminderd
zijhebben verminderd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverminderde
jijverminderde
hijverminderde
wijverminderden
jullieverminderden
zijverminderden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verminderd
jijhad verminderd
hijhad verminderd
wijhadden verminderd
julliehadden verminderd
zijhadden verminderd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verminderen
jijzult verminderen
hijzal verminderen
wijzullen verminderen
julliezullen verminderen
zijzullen verminderen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verminderd hebben
jijzult verminderd hebben
hijzal verminderd hebben
wijzullen verminderd hebben
julliezullen verminderd hebben
zijzullen verminderd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verminderen
jijzou verminderen
hijzou verminderen
wijzouden verminderen
julliezouden verminderen
zijzouden verminderen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verminderd hebben
jijzou verminderd hebben
hijzou verminderd hebben
wijzouden verminderd hebben
julliezouden verminderd hebben
zijzouden verminderd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverminder

Translations

  • cut, to reduce
  • decrease, become smaller
  • decrease, make smaller
  • diminish, To make smaller
  • exhaust, to empty by drawing or letting out the contents
  • less, to make less
  • lessen, to make less
  • lessen, to become less
  • reduce, to bring down
  • whittle, reduce or gradually eliminate something
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    reduceren
    terugbrengen, verkleinen, verlagen
    achteruitgaan
    dalen, teruglopen

    Sample Sentences

    • Vervolgens liepen wij tien of twaalf dagen zuidwaarts, en hielden zeer zuinig met onze levensmiddelen huis, die echter sterk verminderden, en gingen alleen aan land als wij water moesten innemen. Ik wilde de rivier Gambia of Senegal, dat wil zeggen, de hoogte van Kaap Verd bereiken, omdat ik daar Europesche schepen hoopte te [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] de handen. Somtijds te midden van mijn werk ging ik zitten, en staarde zuchtend een paar uren op den grond. Dit was het ergste, want als ik mijne borst in tranen en jammerklagten kon lucht geven, verminderde mijne neêrslagtigheid van lieverlede. (Robinson Crusoe)
    • Ik begon thans te bemerken dat mijn buskruid zeer verminderde, en dat ik dit gebrek nimmer zou kunnen aanvullen. Ik begon er ernstig over na te denken, wat te doen als ik geen kruid meer zou hebben, namelijk hoe ik dan van tijd tot tijd eene geit zou dooden. [...] (Robinson Crusoe)
    • Nu ik echter in het elfde jaar van mijn verblijf was, en mijn kruid gelijk ik zeide, sterk verminderde, begon ik mij te bedenken op een strik of val, om te zien of ik niet eenige geiten levende zou kunnen vangen, vooral eene geit met jongen wenschte ik. Ik maakte te dien einde strikken, en ik geloof [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch verminderen. Equivalent to minder + ver- -en.

    Verbs referencing "verminderen"

    Afrikaans verminder.

    Additional Information