Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: verminderen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verminderend
Past participle - Verleden deelwoord: verminderd
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | verminder |
| jij | vermindert |
| hij | vermindert |
| wij | verminderen |
| jullie | verminderen |
| zij | verminderen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb verminderd |
| jij | hebt verminderd |
| hij | heeft verminderd |
| wij | hebben verminderd |
| jullie | hebben verminderd |
| zij | hebben verminderd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | verminderde |
| jij | verminderde |
| hij | verminderde |
| wij | verminderden |
| jullie | verminderden |
| zij | verminderden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had verminderd |
| jij | had verminderd |
| hij | had verminderd |
| wij | hadden verminderd |
| jullie | hadden verminderd |
| zij | hadden verminderd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal verminderen |
| jij | zult verminderen |
| hij | zal verminderen |
| wij | zullen verminderen |
| jullie | zullen verminderen |
| zij | zullen verminderen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal verminderd hebben |
| jij | zult verminderd hebben |
| hij | zal verminderd hebben |
| wij | zullen verminderd hebben |
| jullie | zullen verminderd hebben |
| zij | zullen verminderd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou verminderen |
| jij | zou verminderen |
| hij | zou verminderen |
| wij | zouden verminderen |
| jullie | zouden verminderen |
| zij | zouden verminderen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou verminderd hebben |
| jij | zou verminderd hebben |
| hij | zou verminderd hebben |
| wij | zouden verminderd hebben |
| jullie | zouden verminderd hebben |
| zij | zouden verminderd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'verminderen'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'verminderen'
verhinderen,
termineren,
veranderen,
verwijderen,
verwilderen,
verwinteren,
verwonderen,
emenderen,
fermenteren,
herindelen,
Translations
cut, to reduce
decrease, become smaller
decrease, make smaller
diminish, To make smaller
exhaust, to empty by drawing or letting out the contents
less, to make less
lessen, to make less
lessen, to become less
reduce, to bring down
whittle, reduce or gradually eliminate something
Sample Sentences
-
Vervolgens liepen wij tien of twaalf dagen zuidwaarts, en hielden zeer zuinig met onze levensmiddelen huis, die echter sterk verminderden, en gingen alleen aan land als wij water moesten innemen. Ik wilde de rivier Gambia of Senegal, dat wil zeggen, de hoogte van Kaap Verd bereiken, omdat ik daar Europesche schepen hoopte te [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] de handen. Somtijds te midden van mijn werk ging ik zitten, en staarde zuchtend een paar uren op den grond. Dit was het ergste, want als ik mijne borst in tranen en jammerklagten kon lucht geven, verminderde mijne neêrslagtigheid van lieverlede.
(Robinson Crusoe)
-
Ik begon thans te bemerken dat mijn buskruid zeer verminderde, en dat ik dit gebrek nimmer zou kunnen aanvullen. Ik begon er ernstig over na te denken, wat te doen als ik geen kruid meer zou hebben, namelijk hoe ik dan van tijd tot tijd eene geit zou dooden. [...]
(Robinson Crusoe)
-
Nu ik echter in het elfde jaar van mijn verblijf was, en mijn kruid gelijk ik zeide, sterk verminderde, begon ik mij te bedenken op een strik of val, om te zien of ik niet eenige geiten levende zou kunnen vangen, vooral eene geit met jongen wenschte ik. Ik maakte te dien einde strikken, en ik geloof [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch verminderen. Equivalent to minder + ver- -en.
Verbs referencing "verminderen"
Afrikaans
verminder.
Additional Information