verwilderen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verwilderen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verwilderen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verwilderend
Past participle - Verleden deelwoord: verwilderd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverwilder
jijverwildert
hijverwildert
wijverwilderen
jullieverwilderen
zijverwilderen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verwilderd
jijhebt verwilderd
hijheeft verwilderd
wijhebben verwilderd
julliehebben verwilderd
zijhebben verwilderd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverwilderde
jijverwilderde
hijverwilderde
wijverwilderden
jullieverwilderden
zijverwilderden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verwilderd
jijhad verwilderd
hijhad verwilderd
wijhadden verwilderd
julliehadden verwilderd
zijhadden verwilderd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verwilderen
jijzult verwilderen
hijzal verwilderen
wijzullen verwilderen
julliezullen verwilderen
zijzullen verwilderen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verwilderd hebben
jijzult verwilderd hebben
hijzal verwilderd hebben
wijzullen verwilderd hebben
julliezullen verwilderd hebben
zijzullen verwilderd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verwilderen
jijzou verwilderen
hijzou verwilderen
wijzouden verwilderen
julliezouden verwilderen
zijzouden verwilderen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verwilderd hebben
jijzou verwilderd hebben
hijzou verwilderd hebben
wijzouden verwilderd hebben
julliezouden verwilderd hebben
zijzouden verwilderd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverwilder

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • [...] beginne verscheidene van moest dood schieten, ten einde zij niet mij en al wat ik had opvraten; maar toen eindelijk de ouden dood waren, en ik ze gestadig verjoeg en niets binnen haar bereik liet, verwilderden zij en liepen het bosch in, behalve twee of drie, die ik tam hield, en wier jongen ik altijd verdronk. Bovendien had ik altijd twee of drie tamme geitjes om mij heen, die ik leerde uit mijne hand te [...] (Robinson Crusoe)
  • Dit herinnerde mij hoe ik voor de eerste maal aan land kwam en in het rond zag; hoe ik mij verloren achtte, hoe ik verwilderd in het rond staarde, welken schrikkelijken angst ik uitstond, en hoe ik, uit vrees voor wilde dieren, den geheelen nacht op een boom doorbragt. Even als ik dien nacht niets wist van den onderstand, [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

From Middle Dutch verwilderen. By surface analysis, wilder + ver- -en.

Additional Information