verkolen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of verkolen

The word "verkolen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: verkolen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: verkolend
Past participle - Verleden deelwoord: verkoold

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikverkool
jijverkoolt
hijverkoolt
wijverkolen
jullieverkolen
zijverkolen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb verkoold
jijhebt verkoold
hijheeft verkoold
wijhebben verkoold
julliehebben verkoold
zijhebben verkoold

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikverkoolde
jijverkoolde
hijverkoolde
wijverkoolden
jullieverkoolden
zijverkoolden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad verkoold
jijhad verkoold
hijhad verkoold
wijhadden verkoold
julliehadden verkoold
zijhadden verkoold

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal verkolen
jijzult verkolen
hijzal verkolen
wijzullen verkolen
julliezullen verkolen
zijzullen verkolen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal verkoold hebben
jijzult verkoold hebben
hijzal verkoold hebben
wijzullen verkoold hebben
julliezullen verkoold hebben
zijzullen verkoold hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou verkolen
jijzou verkolen
hijzou verkolen
wijzouden verkolen
julliezouden verkolen
zijzouden verkolen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou verkoold hebben
jijzou verkoold hebben
hijzou verkoold hebben
wijzouden verkoold hebben
julliezouden verkoold hebben
zijzouden verkoold hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijverkool

Verbs similar to 'verkolen'

Translations

  • char, to burn something to charcoal
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From kool + ver- -en.

    Additional Information