aanranden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of aanranden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: aanranden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: aanrandend
Past participle - Verleden deelwoord: aangerand

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrand aan
jijrandt aan
hijrandt aan
wijranden aan
jullieranden aan
zijranden aan

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb aangerand
jijhebt aangerand
hijheeft aangerand
wijhebben aangerand
julliehebben aangerand
zijhebben aangerand

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikrandde aan
jijrandde aan
hijrandde aan
wijrandden aan
jullierandden aan
zijrandden aan

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad aangerand
jijhad aangerand
hijhad aangerand
wijhadden aangerand
julliehadden aangerand
zijhadden aangerand

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal aanranden
jijzult aanranden
hijzal aanranden
wijzullen aanranden
julliezullen aanranden
zijzullen aanranden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal aangerand hebben
jijzult aangerand hebben
hijzal aangerand hebben
wijzullen aangerand hebben
julliezullen aangerand hebben
zijzullen aangerand hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou aanranden
jijzou aanranden
hijzou aanranden
wijzouden aanranden
julliezouden aanranden
zijzouden aanranden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou aangerand hebben
jijzou aangerand hebben
hijzou aangerand hebben
wijzouden aangerand hebben
julliezouden aangerand hebben
zijzouden aangerand hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrand aan

Translations

  • assault, to attack
  • attack, to attack
  • petard, to attack
  • rocket, to attack
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aantasten
    belagen, krenken, overvallen, schenden

    Sample Sentences

    Etymology

    Unknown. Found in late Middle Dutch anransen. Possibly connected with rand. Is analysed in folk-etymology as if from aan (“on, to”) + rand (“edge”) + -en.

    Additional Information