Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: teruggeven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: teruggevend
Past participle - Verleden deelwoord: teruggegeven
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | geef terug |
| jij | geeft terug |
| hij | geeft terug |
| wij | geven terug |
| jullie | geven terug |
| zij | geven terug |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb teruggegeven |
| jij | hebt teruggegeven |
| hij | heeft teruggegeven |
| wij | hebben teruggegeven |
| jullie | hebben teruggegeven |
| zij | hebben teruggegeven |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | gaf terug |
| jij | gaf terug |
| hij | gaf terug |
| wij | gaven terug |
| jullie | gaven terug |
| zij | gaven terug |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had teruggegeven |
| jij | had teruggegeven |
| hij | had teruggegeven |
| wij | hadden teruggegeven |
| jullie | hadden teruggegeven |
| zij | hadden teruggegeven |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal teruggeven |
| jij | zult teruggeven |
| hij | zal teruggeven |
| wij | zullen teruggeven |
| jullie | zullen teruggeven |
| zij | zullen teruggeven |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal teruggegeven hebben |
| jij | zult teruggegeven hebben |
| hij | zal teruggegeven hebben |
| wij | zullen teruggegeven hebben |
| jullie | zullen teruggegeven hebben |
| zij | zullen teruggegeven hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou teruggeven |
| jij | zou teruggeven |
| hij | zou teruggeven |
| wij | zouden teruggeven |
| jullie | zouden teruggeven |
| zij | zouden teruggeven |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou teruggegeven hebben |
| jij | zou teruggegeven hebben |
| hij | zou teruggegeven hebben |
| wij | zouden teruggegeven hebben |
| jullie | zouden teruggegeven hebben |
| zij | zouden teruggegeven hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'teruggeven'
aangeven,
achternageven,
begeven,
geven,
ingeven,
misgeven,
omgeven,
opgeven,
overgeven,
teruggeven,
uitgeven,
vergeven,
voorgeven,
weergeven,
Verbs similar to 'teruggeven'
terugkeren,
terugnemen,
terugkomen,
troggelen,
vergeven,
begeven,
beugelen,
defungeren,
demulgeren,
derangeren,
Translations
return, to give something back to its original holder or owner
Sample Sentences
-
[...] voor den overtogt hooren, gaf mij 20 dukaten voor de huid van den luipaard, 40 voor die van den leeuw, welke ik in de boot had gehad, en zorgde, dat al wat ik aan boord gebragt had, mij stipt werd teruggegeven. Wat ik verkoopen wilde, kocht hij; zoo als den flesschenkelder; twee van mijne geweren, en een gedeelte van den klomp was, want van het overige had ik kaarsen gemaakt. In een woord, ik maakte [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] twee voorwaarden. Vooreerst, dat zoolang gij hier op het eiland vertoeft, gij op geenerlei gezag hier aanspraak maakt, en dat zoo ik u wapens ter hand stel, gij die bij alle gelegenheden, mij zult teruggeven, en mij noch het mijne op dit eiland eenige schade toebrengen, en middelerwijl mijne bevelen gehoorzamen. " Ten tweede, dat als het schip hernomen mogt worden, gij mij en mijne goederen, zonder [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] en twee derden aan het Augustijner klooster zouden toevallen, voor de armen en tot uitbreiding van het Christendom onder de Indianen. Zoo ik of iemand van mijnentwege echter opkwam, zou het mij teruggegeven worden, hoewel de jaarlijksche opbrengst niet, als zijnde tot werken van liefdadigheid besteed, maar hij verzekerde mij, dat de opzigter der koninklijke inkomsten van landerijen, en die van het [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] moidores, en vroeg om pen en inkt, om er hem kwitantie van te geven, daarop gaf ik hem het overige terug, en zeide, dat zoo ik ooit in het bezit der plantaadje geraakte, ik ook het overige hem zou teruggeven, gelijk ik ook naderhand deed; dat ik zijn bewijs van aandeel in zijn zoons schip volstrekt niet wilde aannemen, daar ik begreep, dat zoo ik geldgebrek had, hij braaf genoeg was om mij te betalen; [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From terug (“back”) + geven (“to give”).
Additional Information