nopen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of nopen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: nopen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: nopend
Past participle - Verleden deelwoord: genoopt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iknoop
jijnoopt
hijnoopt
wijnopen
jullienopen
zijnopen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb genoopt
jijhebt genoopt
hijheeft genoopt
wijhebben genoopt
julliehebben genoopt
zijhebben genoopt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iknoopte
jijnoopte
hijnoopte
wijnoopten
jullienoopten
zijnoopten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad genoopt
jijhad genoopt
hijhad genoopt
wijhadden genoopt
julliehadden genoopt
zijhadden genoopt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal nopen
jijzult nopen
hijzal nopen
wijzullen nopen
julliezullen nopen
zijzullen nopen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal genoopt hebben
jijzult genoopt hebben
hijzal genoopt hebben
wijzullen genoopt hebben
julliezullen genoopt hebben
zijzullen genoopt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou nopen
jijzou nopen
hijzou nopen
wijzouden nopen
julliezouden nopen
zijzouden nopen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou genoopt hebben
jijzou genoopt hebben
hijzou genoopt hebben
wijzouden genoopt hebben
julliezouden genoopt hebben
zijzouden genoopt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijnoop

Verbs similar to 'nopen'

dopen, kopen, lopen, bomen, doden, doen, dogen, dolen, doven, folen,

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

bewegen
aanzetten, overhalen, overreden
dwingen
noodzaken, pressen
pressen
dwingen, overhalen

Antonyms

bewegen
stilstaan

Sample Sentences

  • Omstandigheden noopten hen om elders een heenkomen te zoeken. (Circumstances compelled them to seek a refuge elsewhere.)

Etymology

From Middle Dutch nopen.

Additional Information