kopen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kopen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kopen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kopend
Past participle - Verleden deelwoord: gekocht

Cognates

See the 8 cognates of kopen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkoop
jijkoopt
hijkoopt
wijkopen
julliekopen
zijkopen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekocht
jijhebt gekocht
hijheeft gekocht
wijhebben gekocht
julliehebben gekocht
zijhebben gekocht

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkocht
jijkocht
hijkocht
wijkochten
julliekochten
zijkochten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekocht
jijhad gekocht
hijhad gekocht
wijhadden gekocht
julliehadden gekocht
zijhadden gekocht

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kopen
jijzult kopen
hijzal kopen
wijzullen kopen
julliezullen kopen
zijzullen kopen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekocht hebben
jijzult gekocht hebben
hijzal gekocht hebben
wijzullen gekocht hebben
julliezullen gekocht hebben
zijzullen gekocht hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kopen
jijzou kopen
hijzou kopen
wijzouden kopen
julliezouden kopen
zijzouden kopen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekocht hebben
jijzou gekocht hebben
hijzou gekocht hebben
wijzouden gekocht hebben
julliezouden gekocht hebben
zijzouden gekocht hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkoop

Verbs conjugated like 'kopen'

inkopen, kopen, omkopen, verkopen,

Verbs similar to 'kopen'

dopen, koken, kolen, komen, lopen, nopen, bomen, doden, doen, dogen,

Translations

  • buy, to obtain something with money
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    aankopen
    aanschaffen, afnemen
    contracteren
    inhuren, omkopen

    Sample Sentences

    • [...] dukaten voor de huid van den luipaard, 40 voor die van den leeuw, welke ik in de boot had gehad, en zorgde, dat al wat ik aan boord gebragt had, mij stipt werd teruggegeven. Wat ik verkoopen wilde, kocht hij; zoo als den flesschenkelder; twee van mijne geweren, en een gedeelte van den klomp was, want van het overige had ik kaarsen gemaakt. In een woord, ik maakte ongeveer 220 stukken van achten van [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] planter te worden; terwijl ik tevens op middelen zon, om mijn geld, dat ik te Londen had, aan mij overgemaakt te krijgen. Te dien einde verschafte ik mij eene soort van brieven van naturalisatie, kocht zoo veel onbebouwd land als ik betalen kon, en maakte een plan tot eene plantaadje, geëvenredigd naar het kapitaal, dat ik uit Engeland verwachtte. (Robinson Crusoe)
    • [...] zoodat ik zeggen kan, dat ik meer dan vier malen de waarde van mijne eerste lading had. Nu was ik mijn armen buurman oneindig ver vooruit, in den staat mijner plantaadje bedoel ik, want ik kocht een negerslaaf, en schafte mij ook een Europeschen knecht aan, behalve dien, welken de kapitein mij van Lissabon had medegebragt. (Robinson Crusoe)
    • [...] had, een handel, die toen daar weinig gedreven werd, om dat men er assientos of verlofbrieven van de koningen van Spanje en Portugal toe moest hebben, zoodat er weinig Negers, en deze zeer duur, gekocht werden. (Robinson Crusoe)
    • Na op deze wijze mijne zaken geschikt, mijne lading verkocht, en voor al mijne goederen wissels gekocht te hebben, was de vraag, hoe ik naar Engeland zou gaan. Hoezeer ik ook aan de zee gewoon was, had ik toen een sterken tegenzin om ter zee naar Engeland te gaan. Schoon ik er geene reden voor had, [...] (Robinson Crusoe)
    • Daarop deed ik Brazilië aan, vanwaar ik met een daar gekocht scheepje, behalve vele andere zaken, hun zeven vrouwen toezond, hetzij als dienstboden of om als echtgenooten te nemen. Den Engelschen beloofde ik eenige wouwen uit Engeland te zullen zenden, als [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch côpen, from Old Dutch cōpon, from Proto-West Germanic *kaupōn, from Proto-Germanic *kaupōną, from Latin caupō. See: Old Dutch 'cōpon', Proto-Germanic '*kaupōną', Latin 'caupō'.

    Verbs referencing "kopen"

    Swedish köpa, Afrikaans koop, Danish købe, Luxembourgish kafen, German, Pennsylvania kaafe, Bavarian kaffa.

    Additional Information