doden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of doden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: doden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: dodend
Past participle - Verleden deelwoord: gedood

Cognates

See the 4 cognates of doden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdood
jijdoodt
hijdoodt
wijdoden
julliedoden
zijdoden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedood
jijhebt gedood
hijheeft gedood
wijhebben gedood
julliehebben gedood
zijhebben gedood

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdoodde
jijdoodde
hijdoodde
wijdoodden
julliedoodden
zijdoodden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedood
jijhad gedood
hijhad gedood
wijhadden gedood
julliehadden gedood
zijhadden gedood

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal doden
jijzult doden
hijzal doden
wijzullen doden
julliezullen doden
zijzullen doden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedood hebben
jijzult gedood hebben
hijzal gedood hebben
wijzullen gedood hebben
julliezullen gedood hebben
zijzullen gedood hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou doden
jijzou doden
hijzou doden
wijzouden doden
julliezouden doden
zijzouden doden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedood hebben
jijzou gedood hebben
hijzou gedood hebben
wijzouden gedood hebben
julliezouden gedood hebben
zijzouden gedood hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdood

Verbs conjugated like 'doden'

baden, doden, schaden, smaden,

Verbs similar to 'doden'

doen, dogen, dolen, dopen, doven, loden, baden, bomen, dalen, delen,

Translations

  • kill, to put to death
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    afmaken
    doodslaan, executeren, vermoorden
    doorbrengen
    slijten

    Sample Sentences

    • [...] dreven wij hen met klein geweervuur, halve pieken, handgranaten, enz., van ons dek af. Eindelijk echter, om deze treurige geschiedenis te bekorten, was ons schip reddeloos, twee of drie van ons volk gedood en acht gewond; en wij, genoodzaakt ons over te geven, werden allen als gevangenen in Salé, eene Moorsche haven op de Barbarijsche kust, binnengebragt. (Robinson Crusoe)
    • Wij vulden dus onze kruiken, aten den haas, dien wij gedood hadden, en besloten te vertrekken, zonder dat wij eenig spoor van menschen voetstappen in die landstreek gezien hadden. (Robinson Crusoe)
    • [...] hij lag, en met een touw, dat ik om hem sloeg en de Negers liet inhalen, sleepten zij het op strand. Het was een bijzonder gevlekte en schoone luipaard, en de Negers hieven van verbazing, dat ik hem gedood had, de handen omhoog. (Robinson Crusoe)
    • [...] uit alle deelen van het bosch rees eene ontzettende menigte vogels van allerlei soort op, die ieder hun eigenaardig geschreeuw en gekrijsch aanhieven; doch geen was er onder, die ik kende. Dien ik gedood had, hield ik voor eene soort van havik, naar zijne vederen en bek te oordeelen, echter waren zijne klaauwen niet buitengewoon; zijn vleesch was taai en oneetbaar. (Robinson Crusoe)
    • De eerste maal, dat ik op haar schoot, doodde ik eene geit, die een zuigend jong bij zich had, hetgeen mij van harte speet. Toen de moeder viel, bleef het jong stokstijf bij haar staan, tot ik kwam en haar opnam. Toen ik de oude geit op mijne [...] (Robinson Crusoe)
    • Den 31sten. In den morgen ging ik uit met mijn geweer, om eenig voedsel te zoeken en het land te ontdekken. Ik doodde eene geit en haar jong volgde mij naar huis, dat ik naderhand ook doodde, omdat het niet eten wilde. (Robinson Crusoe)
    • 5 November. Dezen dag ging ik met mijn geweer en mijn hond uit, en schoot eene wilde kat; hare huid was zeer zacht, maar haar vleesch deugde niets. Ieder dier, dat ik doodde, stroopte ik de huid af en bewaarde die. Toen ik langs het strand terugkeerde, zag ik verscheidene zeevogels, die ik niet kende, maar ik was verrast en bijkans verschrikt door het zien van twee [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] ure gewoonlijk, moest ik naar bed gaan. Ik wenschte thans wel dien klomp was te bezitten, dien ik op mijne reis langs de Afrikaansche kust had; maar al wat mij thans overschoot was, als ik eene geit gedood had, dat ik dan het vet bewaarde, in eene kom van klei, in de zon gedroogd, en een pit van eiken schors daarin brandde. Te midden van mijn arbeid kwam mij een zakje in de hand, waarin koorn was [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] hebt, Zie terug op uw vorig leven, en vraag u zelven wat gij niet gedaan hebt. Vraag waarom gij niet reeds voor lang vernietigd zijt ? Waarom zijt gij niet op de reede van Yarmouth verdronken ? gedood in het gevecht met den kaper van Salé ? door de wilde dieren op de Afrikaansche kust verscheurd ? of hier verdronken, toen al het scheepsvolk, buiten u, verging ? Vraagt gij nog, wat gij gedaan hebt [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] ik niet kon uitgaan; want ik was thans zeer bezorgd niet nat te worden. Terwijl ik aldus opgesloten was, werd mijn voedsel schraal; doch tweemaal waagde ik het buiten te gaan, en den eersten dag doodde ik eene geit, en den tweeden (den 26 ) vond ik een zeer groote schildpad, dat voor mij eene ware lekkernij was. Mijne maaltijden waren thans de volgende. Ik at een tros rozijnen voor mijn ontbijt, [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch dôden, from Old Dutch *dōden, from Proto-West Germanic *daudijan, from Proto-Germanic *daudijaną. By surface analysis, dood (“dead”) + -en. Compare German töten and English deaden. See: Proto-Germanic '*daudijaną', German, old spelling 'töten', English 'deaden'.

    Verbs referencing "doden"

    Afrikaans dood, German, old spelling töten, English deaden, German, Pennsylvania deede, Alemannic German tööde.

    Additional Information