Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: doden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: dodend
Past participle - Verleden deelwoord: gedood
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | dood |
| jij | doodt |
| hij | doodt |
| wij | doden |
| jullie | doden |
| zij | doden |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gedood |
| jij | hebt gedood |
| hij | heeft gedood |
| wij | hebben gedood |
| jullie | hebben gedood |
| zij | hebben gedood |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | doodde |
| jij | doodde |
| hij | doodde |
| wij | doodden |
| jullie | doodden |
| zij | doodden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gedood |
| jij | had gedood |
| hij | had gedood |
| wij | hadden gedood |
| jullie | hadden gedood |
| zij | hadden gedood |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal doden |
| jij | zult doden |
| hij | zal doden |
| wij | zullen doden |
| jullie | zullen doden |
| zij | zullen doden |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gedood hebben |
| jij | zult gedood hebben |
| hij | zal gedood hebben |
| wij | zullen gedood hebben |
| jullie | zullen gedood hebben |
| zij | zullen gedood hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou doden |
| jij | zou doden |
| hij | zou doden |
| wij | zouden doden |
| jullie | zouden doden |
| zij | zouden doden |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gedood hebben |
| jij | zou gedood hebben |
| hij | zou gedood hebben |
| wij | zouden gedood hebben |
| jullie | zouden gedood hebben |
| zij | zouden gedood hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs similar to 'doden'
doen,
dogen,
dolen,
dopen,
doven,
loden,
baden,
bomen,
dalen,
delen,
Translations
kill, to put to death
Sample Sentences
-
[...] dreven wij hen met klein geweervuur, halve pieken, handgranaten, enz., van ons dek af. Eindelijk echter, om deze treurige geschiedenis te bekorten, was ons schip reddeloos, twee of drie van ons volk gedood en acht gewond; en wij, genoodzaakt ons over te geven, werden allen als gevangenen in Salé, eene Moorsche haven op de Barbarijsche kust, binnengebragt.
(Robinson Crusoe)
-
Wij vulden dus onze kruiken, aten den haas, dien wij gedood hadden, en besloten te vertrekken, zonder dat wij eenig spoor van menschen voetstappen in die landstreek gezien hadden.
(Robinson Crusoe)
-
[...] hij lag, en met een touw, dat ik om hem sloeg en de Negers liet inhalen, sleepten zij het op strand. Het was een bijzonder gevlekte en schoone luipaard, en de Negers hieven van verbazing, dat ik hem gedood had, de handen omhoog.
(Robinson Crusoe)
-
[...] uit alle deelen van het bosch rees eene ontzettende menigte vogels van allerlei soort op, die ieder hun eigenaardig geschreeuw en gekrijsch aanhieven; doch geen was er onder, die ik kende. Dien ik gedood had, hield ik voor eene soort van havik, naar zijne vederen en bek te oordeelen, echter waren zijne klaauwen niet buitengewoon; zijn vleesch was taai en oneetbaar.
(Robinson Crusoe)
-
De eerste maal, dat ik op haar schoot, doodde ik eene geit, die een zuigend jong bij zich had, hetgeen mij van harte speet. Toen de moeder viel, bleef het jong stokstijf bij haar staan, tot ik kwam en haar opnam. Toen ik de oude geit op mijne [...]
(Robinson Crusoe)
-
Den 31sten. In den morgen ging ik uit met mijn geweer, om eenig voedsel te zoeken en het land te ontdekken. Ik doodde eene geit en haar jong volgde mij naar huis, dat ik naderhand ook doodde, omdat het niet eten wilde.
(Robinson Crusoe)
-
5 November. Dezen dag ging ik met mijn geweer en mijn hond uit, en schoot eene wilde kat; hare huid was zeer zacht, maar haar vleesch deugde niets. Ieder dier, dat ik doodde, stroopte ik de huid af en bewaarde die. Toen ik langs het strand terugkeerde, zag ik verscheidene zeevogels, die ik niet kende, maar ik was verrast en bijkans verschrikt door het zien van twee [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] ure gewoonlijk, moest ik naar bed gaan. Ik wenschte thans wel dien klomp was te bezitten, dien ik op mijne reis langs de Afrikaansche kust had; maar al wat mij thans overschoot was, als ik eene geit gedood had, dat ik dan het vet bewaarde, in eene kom van klei, in de zon gedroogd, en een pit van eiken schors daarin brandde. Te midden van mijn arbeid kwam mij een zakje in de hand, waarin koorn was [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] hebt, Zie terug op uw vorig leven, en vraag u zelven wat gij niet gedaan hebt. Vraag waarom gij niet reeds voor lang vernietigd zijt ? Waarom zijt gij niet op de reede van Yarmouth verdronken ? gedood in het gevecht met den kaper van Salé ? door de wilde dieren op de Afrikaansche kust verscheurd ? of hier verdronken, toen al het scheepsvolk, buiten u, verging ? Vraagt gij nog, wat gij gedaan hebt [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] ik niet kon uitgaan; want ik was thans zeer bezorgd niet nat te worden. Terwijl ik aldus opgesloten was, werd mijn voedsel schraal; doch tweemaal waagde ik het buiten te gaan, en den eersten dag doodde ik eene geit, en den tweeden (den 26 ) vond ik een zeer groote schildpad, dat voor mij eene ware lekkernij was. Mijne maaltijden waren thans de volgende. Ik at een tros rozijnen voor mijn ontbijt, [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch dôden, from Old Dutch *dōden, from Proto-West Germanic *daudijan, from Proto-Germanic *daudijaną. By surface analysis, dood (“dead”) + -en. Compare German töten and English deaden. See: Proto-Germanic '
*daudijaną', German, old spelling '
töten', English '
deaden'.
Verbs referencing "doden"
Afrikaans
dood, German, old spelling
töten, English
deaden, German, Pennsylvania
deede, Alemannic German
tööde.
Additional Information