inlaten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of inlaten

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: inlaten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: inlatend
Past participle - Verleden deelwoord: ingelaten

Cognates

See the 3 cognates of inlaten

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iklaat in
jijlaat in
hijlaat in
wijlaten in
jullielaten in
zijlaten in

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ingelaten
jijhebt ingelaten
hijheeft ingelaten
wijhebben ingelaten
julliehebben ingelaten
zijhebben ingelaten

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikliet in
jijliet in
hijliet in
wijlieten in
jullielieten in
zijlieten in

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ingelaten
jijhad ingelaten
hijhad ingelaten
wijhadden ingelaten
julliehadden ingelaten
zijhadden ingelaten

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal inlaten
jijzult inlaten
hijzal inlaten
wijzullen inlaten
julliezullen inlaten
zijzullen inlaten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ingelaten hebben
jijzult ingelaten hebben
hijzal ingelaten hebben
wijzullen ingelaten hebben
julliezullen ingelaten hebben
zijzullen ingelaten hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou inlaten
jijzou inlaten
hijzou inlaten
wijzouden inlaten
julliezouden inlaten
zijzouden inlaten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ingelaten hebben
jijzou ingelaten hebben
hijzou ingelaten hebben
wijzouden ingelaten hebben
julliezouden ingelaten hebben
zijzouden ingelaten hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijlaat in

Translations

  • concern, to be of importance to
  • notch, to join by means of notches
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    afgeven
    omgaan
    bemoeien
    inmengen, interveniëren, mengen
    mengen
    bemoeien

    Sample Sentences

    • [...] kan wat groote honger, als de sneeuw, gelijk thans het geval was, den grond bedekt, bij hem kan uitwerken, den mensch, zeg ik, valt hij zelden het eerst aan; integendeel, zoo gij u met hem niet inlaat, zal hij zich met u niet bemoeijen. Maar men moet toch zeer beleefd tegen hem zijn, en laten hem den weg vrij; want hij is zeer trotsch en zou voor geen prins uit den weg gaan; het best is een [...] (Robinson Crusoe)
    • De beer kuijerde zachtjes voort, en scheen zich met niemand te willen inlaten, tot Vrijdag nader gekomen, hem toeriep: " Hoor eens, hoor eens, ik moet u eens spreken ! " alsof de beer hem verstaan kon. Wij volgden op een afstand, want wij waren nu in een bosch gekomen, waar [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From in + laten.

    Verbs referencing "inlaten"

    English inlet.

    Additional Information