houwen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of houwen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: houwen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: houwend
Past participle - Verleden deelwoord: gehouwen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhouw
jijhouwt
hijhouwt
wijhouwen
julliehouwen
zijhouwen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gehouwen
jijhebt gehouwen
hijheeft gehouwen
wijhebben gehouwen
julliehebben gehouwen
zijhebben gehouwen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhieuw
jijhieuw
hijhieuw
wijhieuwen
julliehieuwen
zijhieuwen

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gehouwen
jijhad gehouwen
hijhad gehouwen
wijhadden gehouwen
julliehadden gehouwen
zijhadden gehouwen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal houwen
jijzult houwen
hijzal houwen
wijzullen houwen
julliezullen houwen
zijzullen houwen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gehouwen hebben
jijzult gehouwen hebben
hijzal gehouwen hebben
wijzullen gehouwen hebben
julliezullen gehouwen hebben
zijzullen gehouwen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou houwen
jijzou houwen
hijzou houwen
wijzouden houwen
julliezouden houwen
zijzouden houwen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gehouwen hebben
jijzou gehouwen hebben
hijzou gehouwen hebben
wijzouden gehouwen hebben
julliezouden gehouwen hebben
zijzouden gehouwen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhouw

Verbs conjugated like 'houwen'

houwen,

Verbs similar to 'houwen'

bouwen, houden, huwen, vouwen, brouwen, dauwen, duwen, gruwen, hoeden, hoeven,

Translations

  • slash, to make a broad cut with an edged weapon
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    hakken
    slaan
    afhakken
    afslaan, omhakken, omkappen
    beitelen
    uithouwen

    Sample Sentences

    • [...] thans ter slagtbank leidde. Een hunner viel oogenblikkelijk neder, naar ik denk, nedergeveld door een knods of houten zwaard, gelijk zij gebruiken, en twee of drie hunner begonnen hem aan stukken te houwen. Het andere slagtoffer bleef staan, in afwachting, dat het zijne beurt werd. Op dit oogenblik, terwijl deze ongelukkige zich eenigermate in vrijheid zag, ontwaakte bij hem de zucht tot zelfbehoud; [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] het hart te steken. Ik zag echter, dat de arme knaap doodelijk beangst was, want hij had zich in het hoofd gezet, dat zij alleen gekomen waren om hem te zoeken, en dat zij hem in stukken zouden houwen. Hij beefde zoo, dat ik niet wist wat ik met hem zou beginnen. Ik stelde hem gerust zooveel ik kon, en zeide, dat ik even veel gevaar liep als hij, en dat zij mij zoowel als hem zouden opeten. " [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] te verliezen, want negentien dier rampzaligen zaten op den grond allen digt bij elkander, en hadden juist de twee anderen afgezonden om den armen Christen te slagten, en hem misschien aan stukken gehouwen, naar hun vuur te brengen, en zij bukten om de banden aan zijne voeten los te maken. Ik keerde mij tot Vrijdag. " Doe nu zoo als ik gelast heb, " zeide ik. Hij antwoordde van ja, en ik herhaalde: " [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch houwen, from Old Dutch houwan, from Proto-West Germanic *hauwan, from Proto-Germanic *hawwaną (“to hew, forge”). See: Middle Dutch 'houwen', Proto-Germanic '*hawwaną'.

    Verbs referencing "houwen"

    English hew, Old English heawan, Luxembourgish haen.

    Additional Information