brouwen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of brouwen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: brouwen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: brouwend
Past participle - Verleden deelwoord: gebrouwen

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbrouw
jijbrouwt
hijbrouwt
wijbrouwen
julliebrouwen
zijbrouwen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebrouwen
jijhebt gebrouwen
hijheeft gebrouwen
wijhebben gebrouwen
julliehebben gebrouwen
zijhebben gebrouwen

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbrouwde
jijbrouwde
hijbrouwde
wijbrouwden
julliebrouwden
zijbrouwden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebrouwen
jijhad gebrouwen
hijhad gebrouwen
wijhadden gebrouwen
julliehadden gebrouwen
zijhadden gebrouwen

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal brouwen
jijzult brouwen
hijzal brouwen
wijzullen brouwen
julliezullen brouwen
zijzullen brouwen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebrouwen hebben
jijzult gebrouwen hebben
hijzal gebrouwen hebben
wijzullen gebrouwen hebben
julliezullen gebrouwen hebben
zijzullen gebrouwen hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou brouwen
jijzou brouwen
hijzou brouwen
wijzouden brouwen
julliezouden brouwen
zijzouden brouwen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebrouwen hebben
jijzou gebrouwen hebben
hijzou gebrouwen hebben
wijzouden gebrouwen hebben
julliezouden gebrouwen hebben
zijzouden gebrouwen hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbrouw

Verbs conjugated like 'brouwen'

afscheiden, brouwen, onderscheiden, ontvouwen, scheiden, vouwen,

Verbs similar to 'brouwen'

bouwen, trouwen, bebouwen, brommen, gruwen, houwen, vouwen, behouden, beroeren, beroven,

Translations

  • brew, to be in a state of preparation
  • burr, to pronounce "r"
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Ik had zelfs geheel een voornemen laten varen, dat ik eens gekoesterd had, namelijk van te beproeven, of ik niet van mijn graan wat mout kon maken, en hiermede bier brouwen. Dit was inderdaad een uitsporig denkbeeld, en dikwijls bespotte ik mij zelven er over; want ik zag thans in, dat ik om bier te brouwen, verscheidene dingen noodig had, die ik onmogelijk [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] van mijn graan wat mout kon maken, en hiermede bier brouwen. Dit was inderdaad een uitsporig denkbeeld, en dikwijls bespotte ik mij zelven er over; want ik zag thans in, dat ik om bier te brouwen, verscheidene dingen noodig had, die ik onmogelijk vervaardigen kon; als vooreerst vaten om het in te bewaren; die ik in spijt van al mijne pogingen nimmer kon maken, gelijk ik reeds gezegd heb, [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch brouwen, bruwen, from Old Dutch *briuwan, from Proto-West Germanic *breuwan, from Proto-Germanic *brewwaną. See: Proto-Germanic '*brewwaną'.

    Verbs referencing "brouwen"

    English brew, Old English breowan, German, Pennsylvania briehe.

    Additional Information