duwen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of duwen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: duwen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: duwend
Past participle - Verleden deelwoord: geduwd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikduw
jijduwt
hijduwt
wijduwen
jullieduwen
zijduwen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geduwd
jijhebt geduwd
hijheeft geduwd
wijhebben geduwd
julliehebben geduwd
zijhebben geduwd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikduwde
jijduwde
hijduwde
wijduwden
jullieduwden
zijduwden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geduwd
jijhad geduwd
hijhad geduwd
wijhadden geduwd
julliehadden geduwd
zijhadden geduwd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal duwen
jijzult duwen
hijzal duwen
wijzullen duwen
julliezullen duwen
zijzullen duwen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geduwd hebben
jijzult geduwd hebben
hijzal geduwd hebben
wijzullen geduwd hebben
julliezullen geduwd hebben
zijzullen geduwd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou duwen
jijzou duwen
hijzou duwen
wijzouden duwen
julliezouden duwen
zijzouden duwen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geduwd hebben
jijzou geduwd hebben
hijzou geduwd hebben
wijzouden geduwd hebben
julliezouden geduwd hebben
zijzouden geduwd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijduw

Translations

  • finger, to poke
  • prod, to poke
  • push, to apply a force to something so that it moves away
  • urge, to press, push, drive
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    dringen
    schuiven, stoten

    Sample Sentences

    • [...] zoo in het water gevallen. Ik deed mijn uiterste best, door met mijn rug de kisten tegen te houden, alles op zijne plaats te doen blijven; maar al mijne kracht was niet voldoende om het vlot af te duwen; ook durfde ik niet van houding veranderen, maar stond bijkans een halfuur op die wijze tegen te houden. Gedurende dien tijd maakte de vloed het vlot allengs meer gelijk, en kort daarop, daar het [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] maar stond bijkans een halfuur op die wijze tegen te houden. Gedurende dien tijd maakte de vloed het vlot allengs meer gelijk, en kort daarop, daar het water nog rees, was ik weder vlot, en duwde mijn vlot af met den riem, dien ik had, in het kanaal. Toen ik daar hooger op kwam, bevond ik mij eindelijk in den mond van eene kleine rivier, met land aan weerszijden, en waar het getij zeer sterk [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch duwen, douwen, from Old Dutch thuwen, from Proto-West Germanic *þų̄hijan, from Proto-Germanic *þunhijaną. See: Proto-Germanic '*þunhijaną'.

    Additional Information