omhakken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of omhakken

The word "omhakken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: omhakken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: omhakkend
Past participle - Verleden deelwoord: omgehakt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhak om
jijhakt om
hijhakt om
wijhakken om
julliehakken om
zijhakken om

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb omgehakt
jijhebt omgehakt
hijheeft omgehakt
wijhebben omgehakt
julliehebben omgehakt
zijhebben omgehakt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhakte om
jijhakte om
hijhakte om
wijhakten om
julliehakten om
zijhakten om

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad omgehakt
jijhad omgehakt
hijhad omgehakt
wijhadden omgehakt
julliehadden omgehakt
zijhadden omgehakt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal omhakken
jijzult omhakken
hijzal omhakken
wijzullen omhakken
julliezullen omhakken
zijzullen omhakken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal omgehakt hebben
jijzult omgehakt hebben
hijzal omgehakt hebben
wijzullen omgehakt hebben
julliezullen omgehakt hebben
zijzullen omgehakt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou omhakken
jijzou omhakken
hijzou omhakken
wijzouden omhakken
julliezouden omhakken
zijzouden omhakken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou omgehakt hebben
jijzou omgehakt hebben
hijzou omgehakt hebben
wijzouden omgehakt hebben
julliezouden omgehakt hebben
zijzouden omgehakt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhak om

Verbs similar to 'omhakken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch ommehacken. Equivalent to om + hakken.

Additional Information