benijden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of benijden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: benijden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: benijdend
Past participle - Verleden deelwoord: benijd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbenijd
jijbenijdt
hijbenijdt
wijbenijden
julliebenijden
zijbenijden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb benijd
jijhebt benijd
hijheeft benijd
wijhebben benijd
julliehebben benijd
zijhebben benijd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbenijdde
jijbenijdde
hijbenijdde
wijbenijdden
julliebenijdden
zijbenijdden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad benijd
jijhad benijd
hijhad benijd
wijhadden benijd
julliehadden benijd
zijhadden benijd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal benijden
jijzult benijden
hijzal benijden
wijzullen benijden
julliezullen benijden
zijzullen benijden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal benijd hebben
jijzult benijd hebben
hijzal benijd hebben
wijzullen benijd hebben
julliezullen benijd hebben
zijzullen benijd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou benijden
jijzou benijden
hijzou benijden
wijzouden benijden
julliezouden benijden
zijzouden benijden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou benijd hebben
jijzou benijd hebben
hijzou benijd hebben
wijzouden benijd hebben
julliezouden benijd hebben
zijzouden benijd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbenijd

Translations

  • begrudge, be envious or covetous
  • envy, to feel displeasure towards (someone) because of their good fortune, possessions
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Ik was inderdaad buiten het bereik van de verzoekingen der wereld. Noch den lust des vleesches, noch den lust der oogen, noch de hoogmoed des levens had ik hier te duchten. Ik had niets te benijden, want al wat mij hier eenig genot kon verschaffen was in mijn bezit. Ik was heer van het geheele land, en kon mij keizer of koning van hetzelve noemen als ik het goed vond. Ik had geene mededingers, [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] dan ik hier kan zeggen, en waarvan ik hier melding maak, om dit te doen bedenken aan hen, die onvergenoegd zijn en niet rustig kunnen genieten wat God hun geschonken heeft, omdat zij datgene zien en benijden, wat Hij hun heeft onthouden. Al ons verdriet over hetgeen ons ontbreekt, schijnt mij toe te ontstaan uit gebrek aan dankbaarheid voor hetgeen wij bezitten. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch beniden. Equivalent to be- + nijden.

    Additional Information