bedienen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bedienen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bedienen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bedienend
Past participle - Verleden deelwoord: bediend

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbedien
jijbedient
hijbedient
wijbedienen
julliebedienen
zijbedienen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb bediend
jijhebt bediend
hijheeft bediend
wijhebben bediend
julliehebben bediend
zijhebben bediend

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbediende
jijbediende
hijbediende
wijbedienden
julliebedienden
zijbedienden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad bediend
jijhad bediend
hijhad bediend
wijhadden bediend
julliehadden bediend
zijhadden bediend

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bedienen
jijzult bedienen
hijzal bedienen
wijzullen bedienen
julliezullen bedienen
zijzullen bedienen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal bediend hebben
jijzult bediend hebben
hijzal bediend hebben
wijzullen bediend hebben
julliezullen bediend hebben
zijzullen bediend hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bedienen
jijzou bedienen
hijzou bedienen
wijzouden bedienen
julliezouden bedienen
zijzouden bedienen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou bediend hebben
jijzou bediend hebben
hijzou bediend hebben
wijzouden bediend hebben
julliezouden bediend hebben
zijzouden bediend hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbedien

Translations

  • await, to serve
  • handle, manage with the hands
  • serve, to bring food to
  • service, to serve
  • utilise, to make use of; to use
  • wait, to serve customers
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    dienen
    gerieven, helpen
    opdienen
    serveren
    gebruiken
    gebruikmaken

    Sample Sentences

    • [...] om zulke schadelijke ontwerpen te bevorderen; zij begreep niet hoe ik er nog aan durfde denken, na hetgeen mijn vader mij had voorgehouden, en na de woorden van genegenheid, waarvan hij zich alstoen bediend had. " Wilt gij u overigens volstrekt ongelukkig maken, " zeide zij, " niemand kan het u beletten, maar gij kunt verzekerd zijn, dat wij daarin nimmer zullen toestemmen; wat mij betreft, ik zal [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch bedienen. Equivalent to be- + dienen.

    Additional Information