Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: strekken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: strekkend
Past participle - Verleden deelwoord: gestrekt
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | strek |
| jij | strekt |
| hij | strekt |
| wij | strekken |
| jullie | strekken |
| zij | strekken |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gestrekt |
| jij | hebt gestrekt |
| hij | heeft gestrekt |
| wij | hebben gestrekt |
| jullie | hebben gestrekt |
| zij | hebben gestrekt |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | strekte |
| jij | strekte |
| hij | strekte |
| wij | strekten |
| jullie | strekten |
| zij | strekten |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gestrekt |
| jij | had gestrekt |
| hij | had gestrekt |
| wij | hadden gestrekt |
| jullie | hadden gestrekt |
| zij | hadden gestrekt |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal strekken |
| jij | zult strekken |
| hij | zal strekken |
| wij | zullen strekken |
| jullie | zullen strekken |
| zij | zullen strekken |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gestrekt hebben |
| jij | zult gestrekt hebben |
| hij | zal gestrekt hebben |
| wij | zullen gestrekt hebben |
| jullie | zullen gestrekt hebben |
| zij | zullen gestrekt hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou strekken |
| jij | zou strekken |
| hij | zou strekken |
| wij | zouden strekken |
| jullie | zouden strekken |
| zij | zouden strekken |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gestrekt hebben |
| jij | zou gestrekt hebben |
| hij | zou gestrekt hebben |
| wij | zouden gestrekt hebben |
| jullie | zouden gestrekt hebben |
| zij | zouden gestrekt hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'strekken'
aanbaffen,
aanbikken,
aanblikken,
aandikken,
aandrukken,
aaneenplakken,
aaneenstrikken,
aanfokken,
aankwakken,
aanlokken,
aanpakken,
aanpassen,
aanpikken,
aanplakken,
aanploffen,
aanprikken,
aanschaffen,
aansloffen,
aanstikken,
aanstoffen, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'strekken'
strikken,
trekken,
aftrekken,
betrekken,
intrekken,
rekken,
spreken,
steken,
sterken,
stikken,
Translations
spread, to extend, stretch out (limbs etc)
stretch, to lengthen by pulling
stretch, to pull tight
stretch, to extend from limit to limit
Sample Sentences
-
[...] op te hangen; zoodat, als men mijn kelder gezien had, men dien als een magazijn van allerlei noodwendigheden zou beschouwd hebben. Ik had alles zoo bij de hand, dat het mij tot een groot genoegen strekte, al mijne goederen in zoo goede orde te zien, en vooral, dat mijn voorraad zoo groot was.
(Robinson Crusoe)
-
[...] niet zoo groot was, vond ik, toen ik aan de oostzijde kwam, een groot rif van klippen, dat zich ongeveer twee mijlen ver in zee uitstrekte, sommige waren boven water, andere blind; en achter deze strekte eene drooge zandbank zich nog eene mijl verder uit, zoodat ik verpligt was een groot eind in zee te steken, om deze kaap te omzeilen.
(Robinson Crusoe)
-
[...] kan maken. Nu zag ik naar mijn eenzaam eiland uit, als naar de aangenaamste plaats der wereld, en het grootste geluk, waarnaar ik wenschen kon, was, dat ik daar maar weder zijn mogt. Verlangend strekte ik er de handen naar uit. " O, gelukkig oord, " zeide ik, " ik zal u nimmer wederzien ! Rampzalige, die ik ben, waar ga ik heen ? " Vervolgens verweet ik mijzelven mijne ondankbaarheid, en hoe ik [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] en hem in mijn kelder bragt, waar hij mijn knecht werd, en zoodra ik dien man verkregen had, zeide ik tot mijzelven: " Nu kan ik mij gerust naar het vaste land wagen; want deze man kan mij tot loods strekken, en zal mij zeggen wat ik doen moet en waar ik lijftogt kan bekomen, en waar ik niet gaan moet om niet verslonden te worden; in welke plaatsen ik mij wagen kan en welke ik ontwijken moet ! " Met [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch strecken, from Old Dutch *strecken, from Proto-West Germanic *strakkjan. Equivalent to strak (“straight, tight, tense”) + -en (“deadjectival”) and shows the effect of historical umlaut.
Verbs referencing "strekken"
English
stretch, Esperanto
streĉi, Afrikaans
strek.
Additional Information