oplossen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of oplossen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: oplossen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: oplossend
Past participle - Verleden deelwoord: opgelost

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iklos op
jijlost op
hijlost op
wijlossen op
jullielossen op
zijlossen op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgelost
jijhebt opgelost
hijheeft opgelost
wijhebben opgelost
julliehebben opgelost
zijhebben opgelost

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikloste op
jijloste op
hijloste op
wijlosten op
jullielosten op
zijlosten op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgelost
jijhad opgelost
hijhad opgelost
wijhadden opgelost
julliehadden opgelost
zijhadden opgelost

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal oplossen
jijzult oplossen
hijzal oplossen
wijzullen oplossen
julliezullen oplossen
zijzullen oplossen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgelost hebben
jijzult opgelost hebben
hijzal opgelost hebben
wijzullen opgelost hebben
julliezullen opgelost hebben
zijzullen opgelost hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou oplossen
jijzou oplossen
hijzou oplossen
wijzouden oplossen
julliezouden oplossen
zijzouden oplossen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgelost hebben
jijzou opgelost hebben
hijzou opgelost hebben
wijzouden opgelost hebben
julliezouden opgelost hebben
zijzouden opgelost hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijlos op

Translations

  • dissolve, transitive: to terminate a union of multiple members actively
  • dissolve, transitive: to disintegrate into a solution by immersion
  • dissolve, intransitive: to be disintegrated into a solution by immersion
  • re-solve, to solve again
  • relent, become less rigid, yield
  • resolve, to find a solution to
  • solve, to find an answer or solution
  • square, to adjust so as to align with or place at a right angle
  • untie, to resolve
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    verdwijnen
    standhouden, aanhouden, doorzetten, voortduren
    berekenen
    uitrekenen
    beëindigen
    continueren, doorgaan, vervolgen, voortzetten

    Sample Sentences

    Etymology

    1. From op + lossen, probably a calque.
    2. Compare German lösen and auflösen. See: German, old spelling 'lösen'.

    Verbs referencing "oplossen"

    German, old spelling auflösen.

    Additional Information