opleiden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of opleiden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: opleiden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opleidend
Past participle - Verleden deelwoord: opgeleid

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikleid op
jijleidt op
hijleidt op
wijleiden op
jullieleiden op
zijleiden op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgeleid
jijhebt opgeleid
hijheeft opgeleid
wijhebben opgeleid
julliehebben opgeleid
zijhebben opgeleid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikleidde op
jijleidde op
hijleidde op
wijleidden op
jullieleidden op
zijleidden op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgeleid
jijhad opgeleid
hijhad opgeleid
wijhadden opgeleid
julliehadden opgeleid
zijhadden opgeleid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal opleiden
jijzult opleiden
hijzal opleiden
wijzullen opleiden
julliezullen opleiden
zijzullen opleiden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgeleid hebben
jijzult opgeleid hebben
hijzal opgeleid hebben
wijzullen opgeleid hebben
julliezullen opgeleid hebben
zijzullen opgeleid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou opleiden
jijzou opleiden
hijzou opleiden
wijzouden opleiden
julliezouden opleiden
zijzouden opleiden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgeleid hebben
jijzou opgeleid hebben
hijzou opgeleid hebben
wijzouden opgeleid hebben
julliezouden opgeleid hebben
zijzouden opgeleid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijleid op

Translations

  • co-educate, to instruct or train
  • educate, to instruct or train
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    onderrichten
    scholen, vormen

    Sample Sentences

    • Ik was de derde zoon en tot geenerlei bedrijf opgeleid, terwijl mijn hoofd reeds vroeg met allerlei luchtkasteelen opgevuld was. Mijn vader, die reeds hoog bejaard was, had mij zooveel onderrigt verschaft als hij kon, zoowel door zijne lessen te huis [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From op (“up”) + leiden (“to lead”).

    Additional Information