derven – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of derven

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: derven
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: dervend
Past participle - Verleden deelwoord: gederfd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikderf
jijderft
hijderft
wijderven
julliederven
zijderven

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gederfd
jijhebt gederfd
hijheeft gederfd
wijhebben gederfd
julliehebben gederfd
zijhebben gederfd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikderfde
jijderfde
hijderfde
wijderfden
julliederfden
zijderfden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gederfd
jijhad gederfd
hijhad gederfd
wijhadden gederfd
julliehadden gederfd
zijhadden gederfd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal derven
jijzult derven
hijzal derven
wijzullen derven
julliezullen derven
zijzullen derven

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gederfd hebben
jijzult gederfd hebben
hijzal gederfd hebben
wijzullen gederfd hebben
julliezullen gederfd hebben
zijzullen gederfd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou derven
jijzou derven
hijzou derven
wijzouden derven
julliezouden derven
zijzouden derven

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gederfd hebben
jijzou gederfd hebben
hijzou gederfd hebben
wijzouden gederfd hebben
julliezouden gederfd hebben
zijzouden gederfd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijderf

Verbs similar to 'derven'

delven, deren, durven, erven, kerven, verven, werven, aderen, bederven, bergen,

Translations

  • lack, be without, need, require
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    ontberen
    bezitten, beschikken, genieten, hebben
    mislopen
    missen, verliezen

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch darven, derven, from Old Dutch tharvon, from Proto-West Germanic *þarbēn, from Proto-Germanic *þarbāną. Unrelated to bederven and verderven. See: Old Dutch 'tharvon', Proto-Germanic '*þarbāną'.

    Additional Information