braden – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of braden

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: braden
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bradend
Past participle - Verleden deelwoord: gebraden

Cognates

See the 3 cognates of braden

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbraad
jijbraadt
hijbraadt
wijbraden
julliebraden
zijbraden

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebraden
jijhebt gebraden
hijheeft gebraden
wijhebben gebraden
julliehebben gebraden
zijhebben gebraden

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbraadde
jijbraadde
hijbraadde
wijbraadden
julliebraadden
zijbraadden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebraden
jijhad gebraden
hijhad gebraden
wijhadden gebraden
julliehadden gebraden
zijhadden gebraden

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal braden
jijzult braden
hijzal braden
wijzullen braden
julliezullen braden
zijzullen braden

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebraden hebben
jijzult gebraden hebben
hijzal gebraden hebben
wijzullen gebraden hebben
julliezullen gebraden hebben
zijzullen gebraden hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou braden
jijzou braden
hijzou braden
wijzouden braden
julliezouden braden
zijzouden braden

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebraden hebben
jijzou gebraden hebben
hijzou gebraden hebben
wijzouden gebraden hebben
julliezouden gebraden hebben
zijzouden gebraden hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbraad

Verbs conjugated like 'braden'

aanbraden, afladen, afmalen, beladen, braden, laden, malen, ontladen, vermalen, weven,

Verbs similar to 'braden'

baden, branden, raden, afraden, baaien, banen, baten, beladen, bidden, bieden,

Translations

  • fry, to cook (something) in hot fat or oil
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • 26 Junij. Ik gevoelde mij beter, en daar ik niets te eten had, nam ik mijn geweer, maar vond dat ik zeer zwak was. Ik schoot echter eene geit en bragt die met veel moeite te huis, braadde er een stukje van en at dat op. Ik had er gaarne wat vleeschnat van willen koken, maar ik had geen pot. (Robinson Crusoe)
    • [...] en op de tafel te zetten, zoo dat ik die uit mijn bed bereiken kon, en om de koude van het water weg te nemen, goot ik er ongeveer een kwart pint rum bij; daarop nam ik een stuk geitenvleesch en braadde dit, maar ik kon er slechts weinig van eten. Ik ging naar buiten, maar was zeer zwak en neêrslagtig en kon naauwelijks mijn geweer dragen, zonder hetwelk ik nimmer uitging. Ik liep dus niet ver, [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] geit, en den tweeden (den 26 ) vond ik een zeer groote schildpad, dat voor mij eene ware lekkernij was. Mijne maaltijden waren thans de volgende. Ik at een tros rozijnen voor mijn ontbijt, een stuk gebraden geiten- of schildpadvleesch (want ik had ongelukkig geen vaatwerk om in te koken of te stoven ) voor mijn middagmaal, en twee of drie schildpadeijeren maakten mijn avondmaal uit. (Robinson Crusoe)
    • [...] gezetten tijd driemalen daags; vervolgens ging ik met mijn geweer uit om voedsel te zoeken, hetwelk mij gewoonlijk drie uren elken morgen bezig hield, als het niet regende. Eindelijk het afhalen en braden van hetgeen ik geschoten of gevangen had, waarmede een groot deel van den dag verliep. Ook moet men bedenken, dat het op het midden van den dag te warm was om uit te gaan, zoodat ik slechts tegen [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] aarden pot te hebben om vloeistoffen in te bewaren, en die het vuur verdragen kon, hetgeen bij deze het geval niet was. Toen ik eenigen tijd daarna een groot vuur aangemaakt had, om mijn vleesch te braden, en het later wilde uitdooven, vond ik in het vuur een stuk van een mijner gebroken potten, dat zoo hard als een steen, en zoo rood als een tegel gebakken was. Dit gezigt verraste mij en dadelijk [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] niet konden gewaar worden. Hier bespeurde ik met behulp van mijn kijker, dat zij niet minder dan vijfendertig in getal waren, dat zij een vuur aangemaakt en vleesch toebereid hadden; hoe zij het braadden of wat het was, wist ik niet; maar zij dansten allen met allerlei zonderlinge en barbaarsche gebaren rondom het vuur. (Robinson Crusoe)
    • [...] een vreesselijk schouwspel, althans voor mij, want Vrijdag trok het zich volstrekt niet aan. De plek was bezaaid met menschenbeenderen, de grond met bloed bedekt, hier en daar lagen groote, half gebraden stukken vleesch; kortom al de blijken van een zegefeest na eene overwinning. Vrijdag gaf mij te kennen, dat zij vier gevangenen hadden medegebragt; drie waren geslagt en de vierde was hij; dat er [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] wat ik deed was Vrijdag te gelasten een halfwassen, eenjarige geit uit mijne kudde, te dooden; ik nam daarop het achterdeel, en hakte dat aan kleine stukjes; daarop zette ik Vrijdag aan het koken en braden, en maakte hun een zeer goeden maaltijd van vleesch en soep gereed; in welke laatste ik ook eenige rijst en wat koren gedaan had; en na het buiten's huis gekookt te hebben, want ik stookte nimmer [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch brâden

    Verbs referencing "braden"

    English braai, Afrikaans braai, German, Pennsylvania brode, Sranan brai, Dutch braaien, Luxembourgish broden.

    Additional Information