malen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of malen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: malen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: malend
Past participle - Verleden deelwoord: gemalen; gemaald

Cognates

See the 2 cognates of malen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmaal
jijmaalt
hijmaalt
wijmalen
julliemalen
zijmalen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gemalen; gemaald
jijhebt gemalen; gemaald
hijheeft gemalen; gemaald
wijhebben gemalen; gemaald
julliehebben gemalen; gemaald
zijhebben gemalen; gemaald

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmaalde
jijmaalde
hijmaalde
wijmaalden
julliemaalden
zijmaalden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gemalen; gemaald
jijhad gemalen; gemaald
hijhad gemalen; gemaald
wijhadden gemalen; gemaald
julliehadden gemalen; gemaald
zijhadden gemalen; gemaald

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal malen
jijzult malen
hijzal malen
wijzullen malen
julliezullen malen
zijzullen malen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gemalen; gemaald hebben
jijzult gemalen; gemaald hebben
hijzal gemalen; gemaald hebben
wijzullen gemalen; gemaald hebben
julliezullen gemalen; gemaald hebben
zijzullen gemalen; gemaald hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou malen
jijzou malen
hijzou malen
wijzouden malen
julliezouden malen
zijzouden malen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gemalen; gemaald hebben
jijzou gemalen; gemaald hebben
hijzou gemalen; gemaald hebben
wijzouden gemalen; gemaald hebben
julliezouden gemalen; gemaald hebben
zijzouden gemalen; gemaald hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmaal

Verbs conjugated like 'malen'

aanbraden, afladen, afmalen, beladen, braden, laden, malen, ontladen, vermalen, weven,

Verbs similar to 'malen'

dalen, falen, halen, maken, mallen, marlen, melen, aaien, afmalen, baden,

Translations

  • grate, cooking: to shred by rubbing
  • grind, to reduce to smaller pieces
  • mill, grind or process using a mill or other machine
  • powder, to reduce to fine particles
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    piekeren
    tobben
    zaniken
    zeuren

    Sample Sentences

    • [...] maakte zich tot een nieuwen aanval, en wij tot verdediging gereed; doch toen hij ons op de andere zijde aan boord kwam, enterde hij met negentig man, die dadelijk het tuig kapten en het dek. Twee maal dreven wij hen met klein geweervuur, halve pieken, handgranaten, enz., van ons dek af. Eindelijk echter, om deze treurige geschiedenis te bekorten, was ons schip reddeloos, twee of drie van ons volk [...] (Robinson Crusoe)
    • Dit was mij eene groote aanmoediging en ik hoopte, dat God mij met der tijd brood zou beschikken. Hier deden zich echter weder zwarigheden op; want ik wist niet hoe ik mijn koorn zou malen, om er meel van te maken, noch hoe ik, als het tot meel was, er brood van zou maken, en al wist ik dit, hoe ik het bakken zou. Deze zwarigheden, gevoegd bij mijn verlangen naar eene groote [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] ik weder hoeveel werk ik had om het af te sluiten, te bewaren, te oogsten, naar huis te brengen, te dorschen, van het kaf te scheiden en te bewaren. Vervolgens ontbrak mij een molen om het te malen, een zeef om het te builen, gest en zout om er brood van te maken, en een oven om het in te bakken; en echter wist ik al deze dingen te maken of te doen vervangen, gelijk men in het vervolg zien [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] dat ellendig, nietswaardig goed ! Ik kon er niets mede aanvangen, en dacht dikwijls bij mij zelven, dat ik er handen vol van had willen geven voor een gros tabakspijpen of een molen om mijn koorn te malen; ik had het altemaal willen geven voor de waarde van een paar dubbeltjes aan zaad van peenen en knollen, of voor eene hand vol erwten en boonen en eene flesch inkt. Thans had ik er niet het minste [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] doorgetrokken was, op eene plaats aan de andere zijde geweest, en mijne op dien togt gemaakte ontdekkingen maakten mij zeer verlangend ook de andere deelen der kust te zien, en nu ik eene boot had, maalde het denkbeeld van het eiland rond te varen, mij den geheelen dag door het hoofd. (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch mālen, from Old Dutch *malan, from Proto-West Germanic *malan, from Proto-Germanic *malaną. See: Proto-Germanic '*malaną'.

    Verbs referencing "malen"

    English meal.

    Additional Information

    Malen (='zieren; niet goed bij het hoofd zijn') is regelmatig.