Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: malen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: malend
Past participle - Verleden deelwoord: gemalen; gemaald
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | maal |
| jij | maalt |
| hij | maalt |
| wij | malen |
| jullie | malen |
| zij | malen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb gemalen; gemaald |
| jij | hebt gemalen; gemaald |
| hij | heeft gemalen; gemaald |
| wij | hebben gemalen; gemaald |
| jullie | hebben gemalen; gemaald |
| zij | hebben gemalen; gemaald |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | maalde |
| jij | maalde |
| hij | maalde |
| wij | maalden |
| jullie | maalden |
| zij | maalden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had gemalen; gemaald |
| jij | had gemalen; gemaald |
| hij | had gemalen; gemaald |
| wij | hadden gemalen; gemaald |
| jullie | hadden gemalen; gemaald |
| zij | hadden gemalen; gemaald |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal malen |
| jij | zult malen |
| hij | zal malen |
| wij | zullen malen |
| jullie | zullen malen |
| zij | zullen malen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal gemalen; gemaald hebben |
| jij | zult gemalen; gemaald hebben |
| hij | zal gemalen; gemaald hebben |
| wij | zullen gemalen; gemaald hebben |
| jullie | zullen gemalen; gemaald hebben |
| zij | zullen gemalen; gemaald hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou malen |
| jij | zou malen |
| hij | zou malen |
| wij | zouden malen |
| jullie | zouden malen |
| zij | zouden malen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou gemalen; gemaald hebben |
| jij | zou gemalen; gemaald hebben |
| hij | zou gemalen; gemaald hebben |
| wij | zouden gemalen; gemaald hebben |
| jullie | zouden gemalen; gemaald hebben |
| zij | zouden gemalen; gemaald hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'malen'
aanbraden,
afladen,
afmalen,
beladen,
braden,
laden,
malen,
ontladen,
vermalen,
weven,
Verbs similar to 'malen'
dalen,
falen,
halen,
maken,
mallen,
marlen,
melen,
aaien,
afmalen,
baden,
Translations
grate, cooking: to shred by rubbing
grind, to reduce to smaller pieces
mill, grind or process using a mill or other machine
powder, to reduce to fine particles
Sample Sentences
-
[...] maakte zich tot een nieuwen aanval, en wij tot verdediging gereed; doch toen hij ons op de andere zijde aan boord kwam, enterde hij met negentig man, die dadelijk het tuig kapten en het dek. Twee maal dreven wij hen met klein geweervuur, halve pieken, handgranaten, enz., van ons dek af. Eindelijk echter, om deze treurige geschiedenis te bekorten, was ons schip reddeloos, twee of drie van ons volk [...]
(Robinson Crusoe)
-
Dit was mij eene groote aanmoediging en ik hoopte, dat God mij met der tijd brood zou beschikken. Hier deden zich echter weder zwarigheden op; want ik wist niet hoe ik mijn koorn zou malen, om er meel van te maken, noch hoe ik, als het tot meel was, er brood van zou maken, en al wist ik dit, hoe ik het bakken zou. Deze zwarigheden, gevoegd bij mijn verlangen naar eene groote [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] ik weder hoeveel werk ik had om het af te sluiten, te bewaren, te oogsten, naar huis te brengen, te dorschen, van het kaf te scheiden en te bewaren. Vervolgens ontbrak mij een molen om het te malen, een zeef om het te builen, gest en zout om er brood van te maken, en een oven om het in te bakken; en echter wist ik al deze dingen te maken of te doen vervangen, gelijk men in het vervolg zien [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] dat ellendig, nietswaardig goed ! Ik kon er niets mede aanvangen, en dacht dikwijls bij mij zelven, dat ik er handen vol van had willen geven voor een gros tabakspijpen of een molen om mijn koorn te malen; ik had het altemaal willen geven voor de waarde van een paar dubbeltjes aan zaad van peenen en knollen, of voor eene hand vol erwten en boonen en eene flesch inkt. Thans had ik er niet het minste [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] doorgetrokken was, op eene plaats aan de andere zijde geweest, en mijne op dien togt gemaakte ontdekkingen maakten mij zeer verlangend ook de andere deelen der kust te zien, en nu ik eene boot had, maalde het denkbeeld van het eiland rond te varen, mij den geheelen dag door het hoofd.
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch mālen, from Old Dutch *malan, from Proto-West Germanic *malan, from Proto-Germanic *malaną. See: Proto-Germanic '
*malaną'.
Verbs referencing "malen"
English
meal.
Additional Information
Malen (='zieren; niet goed bij het hoofd zijn') is regelmatig.